Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

315. Matheus de Krachkovia, Tractatus de eo utrum expediat et deceat

sacerdotes missas continuare vel laycos frequenter communicare. Impr. in Memmingen per Albertum Kunne de Duderstat 1491. 4°.

11 bladen, Goth. letter. Hain 5809. Proot. 2791. — Beginletters in rood.

316. Johannes de Lapide, Resolutorium dubiorum circa celebrationem

missarum occurrentium. Per Joh. Froben de Hammelburg Basilee impr. 1492. 8°.

36 bl. Goth. letter. Hain-Cop. 9906. Proot. 7766. Br. Mus. III p 790 Een van do oudste drukken van den bekenden Baselschen drukker

317. [Novissima — Quattuor — cum multis exemplis pulcherrimis.

Door Ger. v. Vliederhoven]. Impr. in sancta Colonia per me Henricum Quentell 1492. 4°.

42 bladen waarvan het eerste met titel en houtsnede en het laatste (blank?)ontbreken. (De aangehaalde beschrijvingen geven 39 of 40 bladen aan; in dit ex. heeft elke quatern, ook g, 6 bladen). Goth. letter. Hain-Cop. 5707. Proct. 1313. (i. v. Cordiale) Voull. 454. Brit. Mus. I p. 277. op den naam Gerardus de VI.

Initialen enz. in rood.

Dit boekje is het eerste van een bundel van acht theologische tractaten, vereenigd in een late ren lederen band met rugtitel: Augustini Sermon: ad eremitas. De titels van de zeven volgende stukken zijn:

Oratio querulosa [door Jao. Wimphelingiüs, Deventer Jao. de Breda c. 1499]. Zie bij de Nederlandsche incunabelen n°. 246.

Attgüstini Sermones ad heremitas. Straatsburg c. 1490. Zie n°. 319 en de vroeger gegeven beschr. onder n°. 76.

Dialogus inter olericum et nulitem [door Gal. de Ockam] Keulen, Heinr. Quentell o. 1494. n°. 320.

De septem horis canonicis [Spiers, Conr. His. c. 1496]. n°. 332.

Joh. Tritemius, De vanitate. Mag. Petr. Friedberg 1495. n°. 328.

Speculum artis bene moriendi [door Domin. Capbanica. Keulen Quentell c. 1495]. Zie n°. 329.

8. Gbegorius, Pastorale. Argent. 1496. Zie n". 331.

318. Paulus Xiavis, Judicium Jovis in valle amenitatis habitum ad

quod mortalis homo a terra tractus propter montifodinas in monte Niveo aliisque multis perfectas ac demum parricidii accusatus. S. 1. et a. 4 . — Met houtsnede.

Druk door Hain toegeschr. aan Conr. Kaohelofen, door Proctor aan Martin Landsberg te Leipzig (c. 1492). 16 bl. Goth. letter. Hain 11743. Proct. 2970. Br. Mus. dl. IJl p. 640. Op de keerz. van den titel eene voorstelling van de zitting: Jupiter als rechter, de Aarde als aanklaagster, de Mensch als beschuldigde, bijgestaan door zijne penaten. Op den achtergrond de heremiet die het visioen heeft gehad. Op bl. Aij opdracht van Paulus Niavis aan Steffanus Gulden plebaan in Zwickaw: het verhaal van het visioen van den heremiet in het Bohemerwoud was hem gebracht door Rupertus horennaw de gossengrun; het was geschreven in de volkstaal; Rupertus zag tegen de taak van het vertalen op en verzocht dat aan Paulus Niavis. — Initialen niet ingevuld.

319. Augustinus (Sanctus), Sermones ad heremitas. S. I. et a. 4°.

Zie de beschr. onder n°. 76; het getal der bladen te oorrigeeren in: 108. Dit exemplaar maakt evenals het vroeger beschrevene deel uit van een bundel tractaten. Zie de inhoudsopgaaf onder n°. $17.

320. Dialogus inter clericum et militem super dignitate papali et regia.

De nativitate et moribus Antichristi. Impr. Colonie per Henricum Quentell. [c. 1494]. 4°. — Met titelhoutsn.

Sluiten