Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man Meyster Vlrich tzell van Hanauwe. boiohdruoker co Coellen noch zertzijt.anno Mccccxcnc durch den die kunst vnrsz ia zo Coellen komen.

353. Buoch — Das — der Croniken vnnd gescbiohten mit figuren vnd

pildnussen von Anbeginn der welt bisz auff dise unsere Zeijt: [von Hartmann Schedel]. Durch Georgium Alt ausz dem latein in das teütsch gebracht 1493. Gedr. in der kayserlichen Statt Auspurg durch Hansen Schönsperger 1500. f°. — Met houtsneden. 317 + 13 bL Hain-Cop. 14512.

De Duitsche uitgaaf verscheen te Neurenberg nog in hetzelfde jaar als de Latijnsche (n°. 107); de Augsburgsche nadruk verscheen het eerst m 1496; deze herdruk heeft denzelfden houtsneetitel, en al de houtsneden, naar die van Michael Wohlgemut en Wilhelm Pleydenwurff. De tekst op de genummerde bladen 1—317. Aan het slot van de eigenlijke croröek (fol. 295 verso) een niet bij Hain vermeld colophon, waarin de naam van den vertaler. Daarna nog eene reeks landen- en stedenbeschrijvingen (f. 295—317), kaart van Germanie (dubbel blad met ééne bladz. tekst op de voorzijde), Register met houtsneetitel (11 ongen. bladen).

354. Brunn des radts — Disz ist der — Usz wehchem einn bekümerter

oder ein betrüpter mensen trost radt vnnd wyszheit Ouch sunderliche beriohtunng entpfahet. O. O. u. J. [Straszburg, J. Groninger, omstr. 1500.] 4° — Met titelhoutsn.

15 bl. waarvan er 4 (vel b) ontbreken. Goth. letter. Hain 11047 L v.: Melibee.

De titelprent stelt een geval van mishandeling voor, overkomen aan Melibeo und Prndencia syner huszfrowen, waaraan zich de raadgevingen vastknoopen.

Vroegere bezitters: Ds. Schotel en J. L Doedes.

355. Facetus morosus [Reinerius Alemannus], Liber Faceti docens

mores hominum, praecipue iuuenum in supplementum illorum qui a moralissimoCathone erant omissi: iuuenibus perutiles Vnacum cum materna lingua Rigmatice impressus. Gedr. in Coellen vp dem Alden mart. Tzo dem wyllden man, by hermannum bungart. z. j. 4°. — Met drukkersmerk.

16 bladen. Goth. letter in verschillende typen voor den Latijnschen en den Duitschen tekst.

De schrijver was volgens de inleiding „quidam regens Parisius qui ut dicitur nominabatur Facetus"; enkele regels verder: „dicitur Facetus per ethimologiam quasi fauens cetui, id est placens tam in dictis quam in factis populo." Hain beschrijft van het boek 13 uitgaven, Voulliéme vermeldt zes Keulsche drukken, maar dezen niet. Ook niet het drukkersmerk dat op de laatste bladzijde staat met het colophon, en een titel, afwijkende van dien op het voorste blad (zie de afbeelding). Onder den voorsten titel deze versregels:

Moribus ut placeas morosi dogma Faceti Perlege. et in cunctis inde facetus eris Huc iuuenis propera post disthica sacra Cathonis Ne tibi rusticitas quantulacunque siet. Op de keerzijde, onder de inleiding deze Duitsche vertaling: Wilck iunck man rynghen wil na eren Ind gude seden leren Die sal Cathonem volgen na Doch en sy eme niet versma Wat Facetus in der schryfft Leret van seden da he sprycht.

Sluiten