Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekenis vormt En zoo kon bij de beschrijving geen sprake rijn van

^ ?*,19°k7an !cb:?ldl?g van incunabelen en postincunabelen; een goed inzicht m de ontwikkeling van het boek in de Nederlanden krijgt men eerst door deze scheiding te laten vervallen. JS Op den duur zal men nog verder moeten gaan, en ook niet blijven staan bij het jaar 1540. Eene werkelijke verandering van het Neder landsche boek ligt niet in dat jaar, maar ruim 30 jaren later, bS de groote r^n^o^ï?16^ eD 8taat-PmPractiscL redenen ishetfcSer nog niet mogelijk de uitgaven tusschen 1540 en 1572 (resp. 1578) eenigszins bevredigend te beschrijven. Het materiaal, dat ik voorstudie in deze richting sinds jaren bezig ben bijeen te brengen, moet ik, door een ver! rassend besluit dat een bibliothecaris wegens 65-jarigen leeftijd met slechts één jaar speling den dienst opzegt, laten verloren gaZ, iooalï ik ook veel ander belangrijk werk in den steek moet laten.

Alleen voor Amsterdam hebben we het materiaal wel. Daar kennen we nu de uitgaven van de geheele 16e eeuw. Die tot 1578, het jaar van den overgang van onze stad, kon ik dus hier ook nog beschrijven

aSLS.™ f g m0Cht na,tuFhJk 8«ene rekening gehouden worden met de prmcipebezwaren van de incunabulisten. Het komt er hier op aan,

tnnZT lUë a**1 hSar » ^ aard' en naar ons ei?en inzicht te verik^fMnT ^ h&&i ^len bestudeeren en raadplegen. Daarbij heb

ÏTf h *° eifnh-ïke incunabelen. Onze catalogus van 1919 begon met het oudste gedateerde boek, de historia scolastica, in 1473 te Utrecht

l«SreniJ^r~r.^*lerIand8che boeken' met den oudsten Neder£ Hï 1477 te Delft gedrukt. Specimina van eenige andere

mcunabel-drukkenjen sloten zich In de béide reeksen aan; in de Latijnsehe kwamen van zelf eenige uitgaven van de groote Deventersche verspreiders van Latijnsche schoolboeken op den voorgrond, die echter al v»n 3Zlg a,FakAer vertooneh. MoitzTet, of voelt, bij het doorkijken van zulk een reeks Deventersche uitgaven, dat men niet meer het individueele werk heeft van een incunabeldrukker, maar dat een uitgever naar vaste routine het eene boekje na het andere ter perse legt. Waarschijnlijk gebruikt hij ook niet meer een eigen drukletter, maar bestelt z jn materiaal bij een lettergieter. Of dit voor de Deventersche drukken SJm \ 18 vast^st,eld' 18 ^t bekend, maar wel vindt men telkens iïi™ n ♦ ^nn.erS °cVer de toeschrijving van ongedateerde boekiZZ a DeventeF' K?^ea> Straatsburg of een andere drukplaats; waarmede de zaak eigenlijk al uitgemaakt is. Het heeft dus ook geen zin meer, van type 3 van Richard Pafraet en type 2 van Jacobus van Breda te spreken. Het zal veeleer zaak rijn de over zoo ruim gebied verspreide letter m samenhang te bestudeeren.

Onze nu vermeerderde verzameling biedt voor zulke studiën al een ruimer materiaal. We zien eerst enkele echte incunabelen van Utrecht,

wS„ iT8'^'4' D?? ™*# 6611 reeksje drukken van den Antwerpschen drukker Govaert Bac, vóór en na 1500, die al op een nieuwere techniek sclmnen te wijzen. Daarna komt de nieuwe letter van Hendrik den Lettersnijder die we nu al met zekerheid kennen als een drukletter die op groote schaal verspreid werd.

Sluiten