Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het loont de moeite, de reeks titels dezer Amsterdamsche uitgaven door te loopen. Zij is vol afwisseling, en wijkt in aard sterk af van die van de eerste tientallen van jaren der 16e eeuw. De devote boeken ontbreken wel niet, maar zijn niet talrijk meer, en daarnaast komt nog niet veel dat op literatuur gelijkt, maar er komen belangrijke uitgaven van practischen aard. Men voelt dat het de productie is van een stad waar weinig wordt gelezen, en waar de handel hoofdzaak is. Een zeekaartboekje en de meesterlijke afbeelding van Amsterdam door Cornelis Anthonisz. openen de rij, die aan het einde weer een beroemd kaartwerk, Noordholland van Joost Jansz. Bijlhamer, vertoont, en daartusschen handboekjes voor medicijnen, wetsteksten, enkele historiewerken, en eene groote reeks munthandboekjes. De verzameling is in één opzicht uit den aard der zaak eenzijdig; rij toont ons wat voor boeken te Amsterdam verschenen, maar geeft geen indruk van de prentenproductie die daarnaast zeer belangrijk geweest is. Behalve de twee kunstenaars die we al als cartografen noemden, zijn de drukkers zeiven voor een deel prentkunstenaars van beteekenis geweest: Cornelis Kareisen, Jan Ewoutsz en zijn zoon H armen Jansz. Muller toonen door de boeken alleen niet hun schitterendste werk. Niettemin geeft deze kleine reeks boeken een belangrijk stukje van onze beschavingsgeschiedenis, en vormt rij een kostbaar bezit van onze bibliotheek, dat zich waardig aansluit bij de Nederlandsche drukken van het voorafgaande tijdperk. * *

i

De beschrijving der Nederlandsche uitgaven in den catalogus van 1919 gaf 209 titels. In aansluiting daaraan begint deze met no. 210 en loopt tot 425, met nog eenige na vaststelling der nummering tusschengevoegde titels. Het Overzicht naar plaatsen, drukkers en boekverkoopers, en het Register verwijzen naar al de nummers in de beide deelen.

Drie jaartal-foutjes in den vorigen catalogus moeten hier ter correctie worden aangewezen: de Spelen van Sinne (no. 132) rijn niet in 1535, maar in 1539 verschenen; de Index utriusque testamenti (no. 184) is. niet van 1524, maar van 1534; Lepleignius, De usu pharmac. (no. 198) is van 1539.

Ernstigere verbeteringen brengen ons de studies van mej. M. E. Kronenberg, die in het onder no. 150 beschreven fragment een incunabel herkend heeft, waarvan ik de beschrijving nu op nieuw gegeven heb onder no. 275; en die ook heeft opgemerkt, dat twee boekjes van Ioachim Fortius Ringelbergius, door den auteur zelf uitgegeven (no. 170 en 171), geene Nederlandsche, maar waarschijnlijk Parijsche drukken rijn. Zn zijn nu als zoodanig aangewezen in het Overzicht hierachter.

Aan de Lijst van aangehaalde werken behoort hier te worden toegevoegd de Nederlandsche Bibliographie van 1500 tot 1540, door Wouter Nijhoff en M. E. Kronenberg, waarvan in 1919 de eerste aflevering verscheen, en die nu voltooid voor mij ligt. Aanhaling van Nijhoffs feuilles provisoires is daardoor overbodig geworden. Men vindt nu bijna uitsluitend voor de oudere boeken Campbell, voor die na 1500 de Ned. Bibl. en de Art typoeraphique, voor de Amsterdamsche uitgaven de A mst. Boekdr. aangehaald,daarnaast natuurlijk verspreide studies in HetBoek, ook in de jaargangen 1919—1923, die op ditgebied nogtelkenswatnieuwsbrachten.

De illustratie van dezen catalogus is grootendeels te danken aan den uitgever van de Art Typ. en van Het Boek, die de cliché'snit zijne verzameling met groote vrijgevigheid ter beschikking stelde.

C. P. Burger Jr.

Sluiten