Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233. Baptista Mantuanus, Divinum secunde Parthenices opus, sacro-

sanctam divae virginis Catharinae passionem heroico carmine illustrans. Daventriae impr. 1496. 4°.

Druk van Riohard Paffraet. 38 bl. Goth. letter. Campb. 242. Opdracht aan Bernardus Bembus. Initiaal, rubriceering ena. als in de „Parthenice" (236) waarbij dit boekje aansluit. Handschriftcommentaar van dezelfde hand, met dateering 1499. 4 idus martias. Aan het einde gedicht van Franciscus Ceretus; als alle lofdichters verbindt hij de beide Mantuaansche dichters Virgilius en Baptista: Nulla aetate tua o vates monimenta peribunt. Fatididicae Mantus: Virgiliique nepos.

234. Baptista Mantuanus, De contemnenda morte carmen. S. 1. et a. 4°.

Deventersche druk, denkelijk van Rich. Paffraet omstr. 1496. 6 bladen. Goth. letter. Houtsneetje op den titel. Gedeeltelijk rubriceering. Hs.-aanteek. tusschen de regels en op den kant.

235. Baptista Mantuanus, Carmina de beata virgine Maria que et

Parthenice dicuntur. Daventriae impr. per me Richardum Paffraet 1497. 4°. 62 bL (het laatste blank). Goth. letter. Campb. 224. — Versierde initiaal m rood en blauw, verder beginletters enz. in rood. Saamgebonden met nog vier uitgaven van denzelfden auteur (no. 233, 231, 232, 236). Doorloopende comm. in oud schrift, gedateerd 1499. 7 Kal. februarias. Behoort tot de boekerij der Doopsgezinde gemeente.

236. Baptista Mantuanus, De vita divi Ludovici morbioli Et ad magni-

ficum Jasonem Castellum patriciurn Bononiensem de contemnenda morte. Eiusdem in divum Albertum Carmelitam. Et contra poetas impudice loquentes carmina. Impr. Daventriae per me Richardum pafraet 1497. 4°. 18 bl. Goth. letter. Campb. 234.

Op de keerzjjde v. d. titel een gedicht van Judoous Badius Ascensius. Initiaal rubriceering enz. ah) in de vier in den band voorafgaande werken van Baptista Mantuanus. Zie ond. no. 236.

237. Virgilius (P.), Georgica, cum novo commentario Herhanni Tor-

rentini. Impr. Daventriae per me Richardum Pafraet 1496.4°. 82 bl. (het laatste ontbr.). Goth. letter in twee grootten. Campb. 1742. Tekst en comment. eindigen met foL 78; colophon. Daarna 4 bladen Index vocum.

238. Juvencus presbyter immensam euangelicae legis maiestatem heroi-

cis versibus concludens. [Daventriae Rich. Pafraet c. 15001. 4°.

62 bL Goth. letter. Ned. Bibl 1248.

Op het laatste blad een gedicht van Herm. Busohius; eerste woord van den slotregel met drukfout Aduoluet.

239. Stephanus Fliscus de Sontino, Sententiarum variationes sive sinonima. Per me Jacobum de Breda. Impr. in opp. Davantriensi 1485. 4°.

106 bl. Goth. letter. — Gerubriceerd. Beginletter niet ingevuld. Opdracht en slot in den vorm van een brief aan Joannes Meliorantius.

Nederlandsche uitdrukkingen met verschillende manieren om ze in

't Latijn weer te geven.

Sluiten