Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche doeken.

272. Spiegel — Die — der volcomeiüieyt. Die exposicie of bedudenisse des heylighen dienst der missen [Door Simon van Venlo]. Die weerdighe bereydinghe om salichlijc dat heylighe sacrament dat is dat lichaem cristi te ontfanghen. [Antwerpen, Ger. Leeul [1488]. kl. 8°. — Met houtsn. J 192 bl. Goth. letter. Campb. 1577.

Op den titel kleine houtsn. (Veroniea), op de keerz. houtsn. in omlijsting, eveneens op bl. H2 en h 8. Na het eerste tractaat een blanco blad. Op het laatste blad (defect) ooi. en drukkersmerk.

273. Bien boeck — Dit is der —. Een goet boeck dat ghehieten is een

ghemeyn guet van der naturen der byen. [Door Thomas Cantipratensis]. ende wert ghedeylt in tween doelen Dat eerste deel is vanden prelaten, dat ander deel is vanden ondersaten. Bi mij Peter van Os prenter tot Swolle 1488. f °.—Met drukkersmerk.

188 bl. Goth. letter. 2 kol. Campb. 1668.

Folieering onderaan de bladen. Op het laatste bewaarde blad colophon en drukkersmerk.

Aan het ex. van de UniversiteitsbibL ontbr. 4 bl. voorwerk, een tekstblad en een blanco blad.

Versierde initialen enz. in rood en blauw. Het ontbrekende Fol. CXXVI vervangen door een handschrift-blad, dat mede gerubriceerd is. De Maatsch. t. bev. d. gen. bezit een compleet exemplaar.

274. Psolter — Dits die duytsce — ende op elcken psalm sinen titel

die verclarende is die craften ende die doechden des psalmes. Ghepr. to Zwolle bi mi Peter van Os 1491. kl. 8°.

231 bl. (het laatste ontbr. en is door een facs. vervangen). Goth. letter. Campb. 561. — Beginletters enz. in rood en blauw. Oud blindstempelbandje, leder op hout, rest van koperen slot.

275. [Gedinkenissen — Die — tot alle de xxx poenten der messen.

Leuven, Jan van Westfalen c. 1490]. 8°.

32 bladen, waarvan er 10 (vel a en het eerste en laatste van vel o) ont-breken. Goth. letter. De titel is slechts uit den inhoud bij benadering op te maken. Het boekje is bewaard met „enen schonen spiegel der goeder menschen", eveneens defeot, en zonder plaatsnaam en jaar, maar gedrukt met de letter van Hendrik Lettersnijder (no. 84). Een ingehechte brief van J. W. Holtrop aan Fred. Muller, van 5 Jan. 1857 handelt over de beide boekjes, en dateert dit „tusschen 1600—1520" de letter was hem blijkbaar noch uit incunabelen, noch uit latere drukken bekend. Hl de Monuments typographiques (1868) geeft hij de letter wel; zij is door Joh. de Westfalia gebezigd in de enkele Nederlandsche boekjes door hem gedrukt, die in ons land niet te vinden zijn, en Holtrop zeker nog niet bekend waren, toen hij dien brief schreef. Zie M. E. Kronenberg in Het Boek 1921 blz. 209 en v.

Sluiten