Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279. Passionael twinterstuc Dat men biet die gulden legende [Door Jacobus de Voragine]. Ghepr. tot Antwerpen bi mi Henrick Eckert van Homberch 1505. f°. — Met houtsneden.

208 bl. (M. VI en een blanco bl. ontbr.). Goth. letter. 2 koL Ned. Bibl. 1193.

Groote houtsnee-titelprent, afgeb. Art typogr. Hendr. Eckert IX naar de nitg. v. 1516, waar het blok middendoor gebarsten is. In den tekst vele houtsneden, heiligenfiguren, en voorstellingen uit het leven van Jezus, reeds gebruikt in het „Leven ons heren"; ook de twee gothische architectuurstukken, daar reeds naast de prenten geplaatst. Aan het einde het drukkersmerk (de eenhoorn) tusschen twee zulke . blokken.

280. Ghetüden — Die— van onser lieuer vrouwen ende vele schoone louen ende oracien. ende metten leuene ons heeren vuter biblen ghenomen ende in figuren ghesneden zijn gheprent te Parijs bij Thielman Keruer ... m sint Jacobstrate inden roester 1509. 8°. — Met houtsneden.

124 bL Goth. letter, rood-en-zwart-druk. Ned. Bibl. 998. Getijdenboek met buitengewoon rgke houtsneeversiering. Als titel drukkersmerk van Thielman Kerver, daaronder de titel in rood, het geheel in houtsnee-randen. Almanach op 26 bladzijden, begin van het evangelie van Johannes, gebeden. Met vel c beginnen Onser lieuer vrouwen ghetijden, met bl. g6 de seuen psalmen, gevolgd door de Litaniën. Op h 7 die mettenen voor die overledene, met doodendansyoorstellingen in de bordures. Alle bladzijden van het boek zijn gevat in rijke houtsnee-bordures met voorstellingen en teksten; de laatste deels rood gedrukt. Het boek heeft bovendien 14 groote houtsneden. Twee exemplaren, met verschillen in de verdeeling van rood en zwart en van de houtsneden der omlijstingen, beide behoorende tot de doodendansverzameling Reichelt; zie Catal. Doodendans n. 2.

281. Cronyke — Die alderexcellenste — van Brabant Hollant Seelant Vlaenderen int generael Met vele nyeuwe addicien die indye andere niet gheweest en zijn. Sine privilepo. Ghepr. Thantwerpen 1512. f°. — Met houtsn.

Druk van Jan van Doesborch. 230 bl. (waarvan er 8 ontbreken). Goth.

letter. 2 kol. Ned. Bibl. 652 (var.). De eerste drie woorden van den titel (2 regels) in houtsnede en rood; in den aanvangs-D een wapenschildje met de letters hAc. Groote wapenhoutsnede, en daaronder in druk, rood, de woorden „Sine privilegio". Het in de Ned. Bibl. beschreven ex. heeft in houtsn. de woorden „Cum privilegio". Op bl. 2 Tafele, met wapen van Brabant. Op bL 3 de „Prologus oft voorsprake" en nog eens de wapenhoutsnede van den öteL Met bl. 4 begint de tekst, waarin tal van houtsneden; op bl. 5 „dye banyerijen van Brabant" voorgesteld in een groote houtsnede als boom. Bjj de volgende hoofdstukken eene reeks houtsneeprentjes van maagden en heiligen. Op bl. Aöeerso groote houtsnede: Brabo verslaat den reus. Van quatern C, „boome oft linie der edelder hertoghen" zijn slechts 2 van de zes bladen bewaard. Verder vele voorstellingen van krijgsbedrijven, enz. in grootere en kleinere houtsn. BL T6 en Gg3 ontbreken. Aan het eind Een salighe leeringhe:

Vijf vren suldi inden dach god eeren.

Seuen vren suldi v werck hanteren

Seuen vren muechdy slapen.

Twee vren muechdy locht rapen.

Drie vren muechdi eten.

Aldus doende suldi den tjjt vergheten. Daaronder colophon en wapensohild.

Sluiten