Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Algemeene Vergadering van 1873 door de opvolgers van "het bestuur waaraan zoovele verwijten zyn gedaan. Het blijkt uit die geschiedenis dat slechts een verwijt niet onverdiend schijnt, namelijk dat van de concessie te hebben aanvaard, toen daarin, op aandrang van 4e Tweede Kamer, opgenomen was de zijtak naar Willem L zonder vergoeding. Ongetwijfeld was dit eene groote fout, omdat het kapitaal, dat ruim voldoende was voor den aanleg van den oorspronkelijk bedoelden spoorweg, door den zijtak, te klein werd, doch de Concessionarissen waren wel gedwongen aan die ter elfder ure aangebragte wijziging toe te geven, omdat zij vele, al zn' het ook slechts zedelijke verpligtingen, op zich genomen hadden.

Wil men deze handeling toch ligtvaardig noemen, zooals veelmalen geschied is, de concessionarissen waren dan toch niet de eenige schuldigen ; de Regering heeft even ligtvaardig gehandeld door zoodanige concessie te geven, de Wetgevende Magt vooral niet minder door na vele discussies over de waarschijnlijke uitkomsten en gevolgen, toch de concessie goed te keuren. Gezegende ligtvaardigheid echter, waardoor een einde werd gemaakt aan het delibereren dat-een kwart eeuw had geduurd, zonder Java één mn'1 spoorweg te geven. .

Hadden slechts zij die de fout begingen ook gelijkelijk de gevolgen gedragen; dat geschiedde echter niet. De Maatschappij heeft alleen voor hare zoogenaamde ligtvaardigheid geboet, kon zelfs geen hulp verkrijgen van de medeschuldigen. Tweemalen werd die door de Regering geweigerd, een derde maal werd die verleend, doch op, wat men toen dacht te zyn[ zulke bezwarende voorwaarden, dat velen deze hulp eene vermeerdering van lasten achtten. En zelfs deze soort van hulp, werd nog door een deel der Wetgevende Magt te veel genoemd.

Daartoe bragt zeker bij dat de onderneming van den aanvang af door politieke, technische en zelfs personele tegenstanders in een kwaad daglicht was gesteld, dat de maatschappij reeds spoedig met finantiele moen'eln'kheden had te kampen en dientengevolge, toen de hulp geweigerd of op gezegde wijze verleend werd, zij, die niet met haar van nabij bekend waren, konden twijfelen of de Maatschappij hare taak wel zou kunnen, ja zelfs of zn' die wel zou willen volbrengen.

Nu kan daaromtrent echter geen twijfel meer bestaan. Zn' heeft hare taak, voor zooveel dan aanleg betreft, voltooid zonder dat er ooit van regeringswege geklaagd is, zelfs niet over eene poging om hare verpligtingen, waar en zoodra zij er toe in staat was, niet ten volle na te komen. Zij vervult nu het tweede gedeelte van hare taak, de exploitatie, zonder dat in al die jaren eenige werkelijke klagt gehoord is.

Overal elders zou men zoodanige Maatschappij beloonen, door de aandeelhouders althans de geledene schade te vergoeden. Zoodanige vergoeding verlangt deze Maatschappij zelfs niet. Zn' wenscht slechts toegelaten te worden tot het bevorderen van Java's welvaren op gelijke wijze

Sluiten