Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage II.

TOELICHTING

tot de voorstellen van de Commissarissen en van den Raad van Beheer, te behandelen in de Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders in de Nederlandsen-Indische Spoorweg-Maatschappij, te houden den 16en Mei 1877.

Op de Algemeene Vergadering van den 20 Juny 1875, werden wij door de aandeelhouders uitgenoodigd bij de Regering nogmaals stappen te doen, om tot verdere uitbreiding van den werkkring der Maatschappij te geraken, door het verkrijgen van nieuwe concessiën voor spoorwegaanleg.

Ter voldoening aan deze opdragt, gaven wn' bij brief van 21 July aan Z. E. den Minister van Koloniën van het besluit der Vergadering kennis, met verzoek om mededeeling, of voorstellen voor den aanleg van spoorwegen door Midden-Java in te dienen, in overweging genomen zouden worden.

Naar aanleiding van het daarop dd. 4 Augustus ontvangen antwoord, boden wij den 15 September x) aan een voorstel tot het bouwen en exploiteren van de spoorwegen van Soerakarta naar Madioen en van Djokjokarta naar de havenplaats Tjilatjap.

Den 10 January 1876 ontvingen wij daarop mededeeling, dat de Regering genegen was met de Maatschappij te onderhandelen, doch alleen over de lijn Djokjokarta-Tjilatjap en op de voorwaarden dat de concessie Batavia-Buitenzorg zou worden overgedragen aan den Staat en het spoor van de bestaande lijn Samarang-Vorstenlanden zou worden versmald.

Den 15den daaraanvolgende gaven wy Z. E. den Minister van Koloniën te kennen, dat wy genegen waren aan den wensch der Regering te voldoen, doch slechts onder de nadrukkelijke voorwaarde, dat ook de concessie voor den spoorweg Soerakarta-Madioen aan de Maatschappij zou worden verleend. Wy voegden daarbij een nieuwe ontwerp-concessie voor laatstgenoemde ljjn, met de voorwaarden voor den verkoop van Batavia-Buitenzorg.

Reeds korten tyd daarna deelde Z. E. mondeling mede, dat de Regering in onderhandeling wilde treden over de genoemde voorstellen op de grondslagen door ons aangegeven.

Eerst den 22 Juny 1876 werd daarmede een aanvang gemaakt door de mededeeling van de Regering dat onze voorstellen, om aannemelijk

') Zie bijlage 1.

Sluiten