Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoende zyn om zooveel uit te keeren, komen de rente en aflossing van het meer benoodigde ten laste van de exploitatie-rekening.

Behoeven de aandeelhouders dus niet te vreezen voor vermindering, zij mogen ook niet rekenen op vermeerdering van inkomsten uit de nieuwe onderneming op zich zelf beschouwd. Deze is eerst te wachten wanneer de winst der exploitatie overtreft het jaarljjksch voorschot voor rente-garantie, en dat zal niet dan na vele jaren het geval zn'n.

Groote voordeelen geeft echter de nieuwe onderneming in verband' met de bestaande.

Vooreerst wordt het nadeel dat aandeelhouders lijden door de concessie Samarang-Vorstenlanden, voor zooveel dit niet reeds weggenomen is door den verkoop van Batavia—Buitenzorg, verdeeld over grooter kapitaal, en dus verminderd. Tengevolge van beiden, zal het dividend, dat verkregen wordt uit de jaarlijksche voorschotten voor rente-garantie na aftrek van de annuiteiten der leeningen, stijgen van 0.9 pCt. tot 3.3 pCt. Wanneer men aanneemt, dat de winst der exploitatie wel altijd zooveel zal bedragen als het halve percent dat daarvan voor amortisatie mag worden afgezonderd, stijgt het dividend, onafhankelijk van onzekere inkomsten, als rente, winst op de exploitatie boven de voorschotten voor waarborg enz., van 1.75 tot 4.7 pCt.

Ten tweede, daar, hetgeen de winst van de lijn Samarang—Vorstenlanden meer bedraagt dan het j aarlij ksch voorschot voor rente-garantie, even als nu blijft ter beschikking van de Maatschappij, zal het dividend ook even als nu grooter of kleiner zijn, naarmate die winst toe-of afneemt. Door de nieuwe lijnen is echter de kans op toename veel grooter. Zij zullen toch goede voedingslijnen worden, en het vervoer en de ontvangsten doen vermeerderen. De uitgaven daarentegen zullen betrekkelijk minder worden, want de algemeene kosten, dan over de beide concessiën verdeeld, zullen, ook al nemen zij wat toe, voor elke onderneming minder zn'n; het rollend materieel kan nuttiger gebruikt worden en het zal mogelijk zn'n inrigtingen daar te stellen om voorwerpen, nu uit Europa aangevoerd, in Indië te vervaardigen.

Ten derde zal het personeel zóó vermeerderd moeten worden, dat men er eene behoorlijke bevordering aan kan verzekeren en daardoor de loonen meer evenredig maken aan de te verrigten diensten. Maar meer nog, het korps beambten zal dan groot genoeg zijn om een pensioenfonds te vormen, tiat grootendeels uit bijdragen van het personeel in stand gehouden kan worden. Nu naast de particuliere- ook Staatsspoorweg-exploitatie te wachten is, is het noodzakelijk aan de ambtenaren ten minste gelijke èn gelijksoortige voordeelen te geven als zn" in Staatsdienst kunnen verkrijgen. Bij gemis daarvan zal het moeijelijk zijn, zelfs met veel grootere uitgaven, geschikt personeel te behouden.

Nog een belangrijk voordeel is verkregen door eene regeling van de terugbetaling van de gelden, welke de Staat wegens garantie van rente

Sluiten