Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 6 Julij 1863 (Staatsblad no. 110) en 10 April 1869 (Staatsblad no. 66), worden bekrachtigd de artikelen 65, 66, 69, 71, 88, 90 en 91, zoo als die géwyzigd zijn bn' de in afschrift nevens deze wet gevoegde overeenkomst op den 13den Junij 1877 gesloten tusschen Onze Ministers van Koloniën en van Financiën en de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij.

Art. 3.

Van de in afschrift nevens deze wet gevoegde overeenkomst, op den 13den Junjj 1877 gesloten tusschen Onze Ministers van Koloniën en van Financiën en de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij, betreffende de versmalling van het bestaande spoor op den spoorweg van Samarang naar Djokjokarta en Willem I, wordt bekrachtigd het 6de artikel.

Art. 4.

Van de concessie voor den aanleg en de exploitatie van spoorwegen van Djokjokarta naar Magelang en Tjilatjap en van Soerakarta naar Madioen, welke ingevolge Ons besluit van 19 April 1877, no. 25, aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij is verleend, en welke met de daarop betrekking hebbende overeenkomst in afschrift nevens deze wet is gevoegd, worden bekrachtigd de artikelen 1, 10, 13, 22, 55, 56, 57, 60, 61, 62, 63, 66 en 67 tot en met 85.

Art. 5.

De overeenkomsten, bn' de voorgaande artikelen genoemd, worden gratis geregistreerd.

Art. 6.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriele departementen, autoriteiten, collegien en ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Koloniën, De Minister van Financiën,

Sluiten