Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een plaatselijk comité, op Java gevestigd, zal belast zijn met het bestuur en de uitvoering der zaken in Indie. De leden van het plaatselijk comité moeten Nederlanders zijn.

De magt van het bestuur in Nederland en van het plaatselijk comité van bestuur op Java wordt bij de statuten bepaald.

Art. 66. De vennootschap mag zonder magtiging des Konings geen nieuwe ondernemingen beginnen, noch in andere deelnemen.

De voorwaarden, waarop door de vennootschap aandeelen of obligatiën worden uitgegeven, zijn onderworpen aan de goedkeuring van den Minister van Koloniën.

Art. 69. De concessie voor de exploitatie van den spoorweg wordt gegeven voor een tijdvak van 99 jaren, ingaande met 1 Januarij 1873.

De concessien, voor later aan te leggen verlengingen of zijtakken verleend, vervallen te gelijker tijd met de concessie voor de hoofdlijn.

Na afloop van den termijn, voor de concessie bepaald, vervalt de weg, met alle toebehooren, vrij en onbezwaard aan den Staat.

Art. 71. De Staat heeft het regt om de onderneming te naasten op 1 Januarij 1910 en verder na elke tien jaren exploitatie.

De naasting geschiedt tegen den prijs, die aldus wordt gevonden: men berekent de zuivere opbrengst van de laatste zeven jaren, trekt daarvan de twee ongunstigste jaren af, neemt het gemiddelde bedrag der na aftrekking overblijvende vijf jaren, en brengt de alzoo verkregen som, door die met vijf en twintig te vermenigvuldigen, tot kapitaal.

De prijs kan niet minder bedragen dan het bn' art. 73 bedoelde kapitaal, verminderd met hetgeen voor inkoop en aflossing van aandeelen en obligatiën is besteed.

De betaling geschiedt aan de concessionarissen zes maanden na de finale overneming van den spoorweg.

De aanwezige voorraad van nog niet in gebruik gebragte werktuigen en materialen en van brandstoffen is niet in deze overneming begrepen, en wordt afzonderlijk betaald tegen den prijs, te bepalen door drie deskundigen, waarvan één wordt benoemd door den Gouverneur-Generaal, één door de concessionarissen en één door het Hooggeregtshof van Nederlandsch Indië.

Van het voornemen om ten naasten wordt minstens een jaar te voren aan concessionarissen kennis gegeven.

De onderneming wordt, wanneer aan de concessionarissen ook voor den aanleg en de exploitatie van spoorwegen van Djokjokarta naar Magelang en Tjilatjap en van Soerakarta naar Madioen concessie mogt worden verleend, niet genaast dan gelijktijdig met die spoorwegen.

Sluiten