Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 84. Na het verstrijken van den termijn van acht jaren, in art. 23 vermeld, is de vennootschap verpligt om ten laste van de exploitatierekening te brengen, behalve de uitgaven in art. 83 aangeduid:

I. vier ten honderd van de bruto ontvangsten, tot het vormen van een fonds voor de vernieuwing van. het materieel van vervoer;

II. vier ten honderd van de bruto ontvangsten, tot het vormen van een reservefonds, waaruit worden bestreden de kosten tot herstelling van buitengewone schade, die aan den weg, de kunstwerken of aan de gebouwen wordt te weeg gebragt;

III. vier ten honderd van de bruto ontvangsten, tot het vormen van een fonds voor de vernieuwing der spoorstaven en al wat daartoe behoort.

Indien wordt overgegaan tot versmalling der ingevolge art. 5 bepaalde spoorwijdte, mogen ook ten laste van de sub I en III genoemde fondsen worden gebragt de kosten der versmalling, voor zoover die door de vennootschap gedragen worden, of de uitgaven voor rentebetaling en aflossing van de voor die versmalling op te nemen gelden.

Art. 88. Tot het bewerkstelligen der amortisatie worden de volgende middelen aangewezen en jaarlijks zoo spoedig mogelijk aangewend:

a. eene jaarlijks op de exploitatie-rekening te brengen som, overeenkomende met een half percent yan het geheele kapitaal, waarover volgens art. 73 door den Staat renten zijn gewaarborgd;

b. de renten op uitgelote obligatiën, onverschillig of die door den Staat zn"n voorgeschoten of door de onderneming zijn verkregen;

c. de bij artikel 84 sub II bepaalde afzondering uit de exploitatierekening benevens de renten van het aldaar genóemde fonds, zoodra dat fonds het maximum van vijf honderd duizend gulden heeft bereikt.

Art. 90. Wanneer de jaarlijksche uitkeering van winst over het niet geamortiseerd bedrag der aandeelen in de vennootschap, onverschillig uit welke middelen die is verkregen, meer kan beloopen dan vijf per cent, wordt dat meerdere aldus verdeeld:

a. voor het bestuur, de commissarissen en de beambten der vennootschap wordt afgezonderd 10 percent;

b. voor de uitgelote aandeelen en onderaandeelen zooveel als noodig is om deze, in verhouding tot hun bedrag, gelijkelijk met de niet uit-

Sluiten