Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedr. stuk 1876-77 II. 205 No. 5.

Spoorversmalling op de lijn Samarang-Vorstenlanden.

De Ministers van Koloniën en van Financiën, daartoe gemagtigd bij Koninklijk besluit van 19 April 1877, No. 25, zijn, namens den Staat der Nederlanden, met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij, vertegenwoordigd door haren Raad van beheer, daartoe gemagtigd bij besluit van de algemeene vergadering der aandeelhouders van 13 Junij 1877, overeengekomen als volgt:

Art. 1.

Het spoor op den spoorweg van Samarang naar Djokjokarta en Willem I zal door de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij worden versmald en gebragt op 1.067 meter, gemeten tusschen de koppen der spoorstaven.

Het gewigt der vignola-spoorstaven zal niet minder mogen bedragen dan 25 kilogrammen per strekkenden meter.

Art. 2.

Binnen zes maanden na de afkondiging der wet, waarbij deze overeenkomst, voor zooveel noodig, wordt bekrachtigd, onderwerpt de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij aan de goedkeuring van den Minister van Koloniën eene teekening op de ware grootte van de ingevolge art. 1 te gebruiken spoorstaven en wat daartoe behoort.

Art. 3.

De hoofdlijn van Samarang tot Djokjokarta moet door locomotieven van de in art. 1 genoemde spoorwijdte kunnen worden bereden binnen twee jaren, nadat door den Minister van Koloniën last zal zijn gegeven om tot het aanleggen van smal spoor over te gaan.

De Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij kan tot het aanleggen van smal spoor echter ook overgaan zonder lastgeving van den Minister.

Op den zijtak van Kedoeng Djati naar Willem I moet het spoor versmald zn'n binnen vijf en twintig jaren na de afkondiging der bij art. 2 bedoelde wet.

Sluiten