Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedr. stuk 1876-77 II. 205 No. 6.

Concessie voor de lijnen Djokjokarta-Magelang-Tjilatjap en Soerakarta-Madioen.

De Ministers van Koloniën en van Financiën, daartoe gemagtigd bij Koninklijk besluit van 19 April 1877, No. 25, zijn, namens den Staat der Nederlanden, met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij, vertegenwoordigend door haren Raad van beheer, daartoe gemagtigd bij besluit van de algemeene vergadering der aandeelhouders van 13 Junij 1877, overeengekomen als volgt:

Art. 1.

Aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij wordt verleend en door haar wordt aanvaard «*ne concessie voor den aanleg en de de exploitatie van spoorwegen ter verbinding van de hoofdplaats Djokjokarta met Magelang en Tjilatjap en van de hoofdplaats Soerakarta met de hoofdplaats Madioen, onder de voorwaarden, aan deze overeenkomst gehecht.

Art. 2.

Deze overeenkomst treedt eerst in werking wanneer de voorwaarden van concessie, voor zooveel noodig, door de wet zijn bekrachtigd.

Zn" wordt geacht niet te zijn gesloten, wanneer binnen een jaar na hare dagteekening die bekrachtiging geweigerd of niet verleend is.

Aldus in triplo opgemaakt te 's Gravenhage, den 13 Juny 1877.

De Minister van Koloniën, (. g.). F. ALTING MEES. De Minister van Financiën,

H. J. VAN DER HEIM. "

De Nederlandsch-Indische

Spoorwegmaatschappij, t(w. g.) J. GROLL.

(w~ g.) DAUM.

Sluiten