Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de jaarlijksche uitkeering van winst over het niet geamortiseerd bedrag der aandeelen in de Maatschappij, onverschillig uit welke middelen die is verkregen, meer kan beloopen dan vn'f percent, wordt dat meerdere aldus verdeeld:

a. voor het bestuur, de commissarissen en de beambten der Maatschappij wordt afgezonderd 10 percent;

b. voor de uitgelote aandeelen en onderaandeelen zooveel als noodig is om deze, in verhouding tot hun bedrag, gelijkelijk met de niet uitgelote aandeelen te doen deelen in de overblijvende 90 percent, met dien verstande, dat hoogstens twee percent over het bedrag van ieder uitgeloot aandeel of onderaandeel kan worden uitgekeerd;

c. van het daarna overblijvende wordt de helft afgedragen aan den Staat, in mindering van de schulden der Maatschappij.

De betaling geschiedt binnen eene maand nadat de jaarlijksche balansen door den Minister van Koloniën zijn goedgekeurd.

Art. 84.

Zoodra de schulden der Maatschappij aan den Staat geheel zijn voldaan, deelt deze voor een vierde in hetgeen, na aftrekking der in art. 83 sub a en b bedoelde uitkeeringen, boven de zeven ten honderd over het niet geamortiseerd bedrag der aandeelen in de Maatschappij kan worden uitbetaald.

Art. 85.

Indien over de vaststelling der jaarlijksche balansen en andere rekeningen, onderworpen aan de goedkeuring van den Minister van Koloniën, of over de toepassing der artikelen 70 tot en met 84 geschil ontstaat, wordt daarover in het hoogste beroep beslist door drie scheidslieden, van welke één te benoemen van weerszijden en de derde door den Hoogen Raad der Nederlanden.

Slotbepaling. Art. 86.

Bij geschil omtrent de bedoeling en de toepassing van de bepalingen dezer concessie wordt, voor zoover daarin op geen andere wijze is voorzien, op verzoek van de Maatschappij beslist door den Minister van Koloniën.

Sluiten