Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tegenwoordige Minister van Koloniën vond dus bü zy'ne optreding onderhandelingen aanhangig. In het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer betreffende de Indische begrooting voor 1877 (bladz. 4) werd hem de concessieaanvraag der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij ter erntige overweging aanbevolen, en werd ih goedkeurenden zin gesproken over het denkbeeld om de lijn Batavia-Buitenzorg voor den Staat te koopen. Hu' heeft zich zoo spoedig het hem doenlijk was met deze aangelegenheid, waarin de Minister van Financiën reeds vroeger was betrokken, bezig gehouden. Het nader overleg tusschen de Regering en de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij heeft geleid tot het sluiten der vier overeenkomsten, welke in afschrift zy'n overgelegd bh' het hiernevensgaand wetsontwerp, dat ten doel heeft om ze voor zooveel noodig door de Wetgevende Magt te doen bekrachtigen. '

Die overeenkomsten strekken tot: lo. de overdragt van de lijn Batavia-Buitenzorg aan den Staat; 2o. de wijziging der concessie betreffende de lijn Samarang-Vorstenlanden ;

3o. de versmalling van het bestaande spoor op de sub 2 genoemde lh'n;

4o. het verleenen aan en het aanvaarden door de genoemde Maatschappij van eene concessie voor den aanleg en de exploitatie van spoorwegen van Djokjokarta naar Magelang en Tjilatjap en van Soerakarta naar Madioen.

§ 2. Het is de bedoeling dat de vier overeenkomsten niet dan alle met elkander in werking treden, want zn' staan onderling in een zeer naauw verband. Hoewel dit nader blijken zal wanneer ze hieronder elk op zich zelf worden besproken, kan daaromtrent reeds nu het volgende worden opgemerkt.

In de lijn Batavia-Buitenzorg bezit de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij eene productieve onderneming, en zij heeft de overtuiging dat die onderneming, in hare handen blijvende, haar al langer hoe grooter voordeelen afwerpen zou. De lijn Samarang-Vorstenlanden levert reeds nu meer winst op dan het bedrag der door den Staat uitgekeerd wordende rentegarantie, en art. 90 der concessie voor die lijn, zoo als het tot dusver luidde, laat in het onzekere in hoeverre de winsten, welke de Maatschappij daarvan maakt, ten bate moeten komen van den Staat. Nu is de Maatschappij bereid om de eerstgenoemde lijn aan het Gouvernement, dat haar wenscht te koopen, af te staan tegen een prijs, die, al moge hy' in evenredigheid zijn met de waarde der onderneming op dit oogenblik, naar haar inzien toch niet vergoedt de derving van de winsten, welke in de toekomst (vooral met het oog op den aanleg van een staatsspoorweg naar de Preanger-regentschappen en van de havenwerken by Batavia) door haar verwacht werden. En de Maatschappij is genegen om mede te werken tot eene wijziging der concessie betreffende de lyn

Sluiten