Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In artikel 39 is vervallen het voorschrift dat de hoofdingenieur en de Chef van de exploitatie Nederlanders moeten zn'n. Het geval is denkbaar dat de Maatschappij voor deze betrekkingen geen geschikte Nederlanders vinden kan, en de Minister van Koloniën behoudt de bevoegdheid om vreemdelingen te weren tegen welke hy' bezwaren heeft.

In artikel 40 znn kilogrammen en tonnen, in stede van pikols van 125 .Amsterdamsche ponden,' als gewigts-eenheden genoemd.

In artikel 46 zijn de bepalingen omtrent het vervoer tegen verminderd tarief (ten behoeve van het Gouvernement) verduidelijkt en in overeenstemming gebragt met hetgeen ingevolge verschillende interpretatien régel geworden was.

In artikel 49 is voor de posterij, ingeval de Gouverneur-Generaal verklaart dat deze daaraan behoefte heeft, een compartiment in stede van een geheel rijtuig gevorderd. Dit kwam alleszins voldoende voor. De oude bepaling, die nimmer is toegepast en ook niet zonder bezwaar toe te passen was, kon kwalijk behouden worden voor spoorwegen met smal spoor, waarbij de belasting der treinen met zoogenaamd dood gewigt nog zorgvuldiger moet vermeden worden dan by spoorwegen met normaal of breed spoor.

Het oude artikel 50 is gesplitst in twee artikelen, waarvan het tweede de plaats inneemt van het oude artikel 51, 't welk aan de Maatschappij de verpligting oplegde om in hare treinen mede te nemen de rijtuigen, die door het Gouvernement voor het vervoer van gevangenen mogten worden bestemd. Dergelijke rijtuigen zyn nooit in dienst gesteld, en er bestond geen reden om de bepaling te behouden, maar wel (zie het gezegde omtrent art. 49) om haar weg te laten. In de hoogst zeldzame gevallen dat het noodig zal voorkomen om gevangenen by het vervoer per spoor afgezonderd te houden, zal het Gouvernement een rijtuig tegen het in art. 46 bedoelde verminderd tarief kunnen inhuren, 't geen op den duur vermoedelijk minder zal kosten dan de indienststelling van afzonderlijke rijtuigen voor gevangenen volgens de nu ingetrokken bepalingen der concessie.

In art. 52 is het vroegere voorschrift, dat de toezigt houdende ambtenaren kosteloos in de 1ste klasse reizen vervangen door de bepaling dat de Gouverneur-Generaal de klasse aanwy'st waarin de bedoelde ambtenaren (die in verband met hun rang niet allen op de 1ste klasse aanspraak hebben) reizen zullen.

Art. 84 eindelijk is aangevuld met de bepaling, dat de vernieuwingsfondsen kunnen worden belast niet de uitgaven, welke de Maatschappij voor de spoorversmalling te dragen heeft.

Aan de Maatschappij is overgelaten om de spoorversmalling regtstreeks uit die fondsen te bekostigen, dan wel daarvoor eene leening te sluiten en de uitgaven voor rente en aflossing van die leening ten laste der vernieuwingsfondsen te brengen.

Sluiten