Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s 6 De in de concessie Samarang-Vorstenlanden gebragte wijzigingen, welke de bekrachtiging der wet behoeven, betreffen de artt. 65. 66,

69 71. 88, 90 en 91. „ ,

' Art 90 is reeds in § 4 besproken. De andere artikelen znn wederom alle veranderd in verband met de bepalingen der nieuwe concessie voor de lijnen Djokjokarta-Magelang-Tjilatjap en Soerakarta-Madioen.

wijziging der laatste vijf alinea's van art. 65 heeft de strekking om eenige vrijheid te laten ten aanzien van de inrigting van het bestuur der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. Volgëns de oude redactie kon eigenlijk het bestuur (de raad van beheer) niet zonder medewerking der Wetgevende Magt uit minder dan drie personen worden zamengesteld, wat wel minder de bedoeling kan geweest zijn

Het oude (niet door de wet bekrachtigde) art. 66 kon veilig vervallen *) In het artikel, dat zijne plaats heeft ingenomen, zijn nu twee bepalingen vereenigd, die in de nieuwe concessie in verschillende artikelen (63 en 76) verspreid zijn.

Bij de eerste bepaling wordt gestipuleerd dat de Maatschappn zonder magtiging des Konings geen andere ondernemingen zal beginnen, noch in andere ondernemingen zal deelnemen, dan die waarvoor haar concessie is verleend. Dit kwam noodig voor, omdat de Staat onmiddellnk belang heeft bü de financieele positie der Maatschappij, en het dus aan het Gouvernement niet onverschillig kan zijn in welke ondernemingen

zij zich begeeft. ^i."

Met het oog op de financieele betrekkingen tusschen den Staat en de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij is ook de tweede bepaling in het leven geroepen, waarbij wordt uitgemaakt dat de Maatschappij slechts op zoodanige voorwaarden, als door den Minister van Kolomen ziin goedgekeurd, aandeelen of obligatiën kan uitgeven.

Art 69 heeft slechts in zooverre eene wijziging ondergaan, als daarin de datum, op welken de concessie voor de exploitatie van de lun Samarang-Vorstenlanden feitelijk is ingegaan, uitdrukkelnk is genoemd Men ziet dus nu uit het artikel dat deze concessie op 31 December 1971 eindigt, en begrijpt mitsdien, wanneer men in de nieuwe concessie voor de spoorwegen naar Magelang, Tjilatjap en Madioen dien zelfden termnn vindt aangewezen, dat het doel is om beide concessiën te gelnker tnd te

doen afloopen. . _

In art 71 is het tijdstip, waarop de spoorweg Samarang-Vorstenlanden voor het eerst door den Staat kan worden genaast, van 1 Januari 1893 (twintig jaren nadat de geheele lijn in exploitatie is gekomen) verschoven tot 1 Januari 1910, op welk tijdstip de lijnen naar Magelang en Tjilatjap en naar Madioen in haar geheel gedurende twintig jaren m ex-

1) Het had betrekking op de samenstelling en goedkeuring der begrootingen van uitgaven voor den aanleg en de exploitatie van den spoorweg.

Sluiten