Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spoorwegmaatschappij, die boven anderen dit vóór heeft, dat zij in Midden-Java reeds eene spoorwegonderneming bezit, en in de wijze, waarop zij tot dusver gewerkt heeft, waarborgen geeft voor eene goede, met 's lands belangen strokende uitvoering eener nieuwe concessie. Al mogen de voorwaarden van zoodanige concessie niet volledig te gemoet komen aan de bedenkingen welke gedurende zoo langen tijd de benuttiging van particuliere krachten voor den aanleg van spoorwegen op Java hebben tegengehouden, zeker is het, dat met het verleenen eener nieuwe concessie aan de ondervindingrijke en beproefde Nederandsch-Indische Spoorwegmaatschappij veel minder wordt gewaagd dan het geval zou zijn wanneer met anderen eene gelijksoortige overeenkomst werd aangegaan.

Deze beschouwingen hebben de Regering geleid bij de onderhandelingen over en bij de vaststelling van de voorwaarden der nieuwe concessie, welke thans voor zooveel noodig zullen worden besproken.

§ 9. Over het nut der in de nieuwe concessie bedoelde spoorwegen, van Djokjokarta naar Magelang en naar Tjilatjap, en van Soerakarta naar Madioen, kan geen verschil van gevoelen bestaan. De twee laatstgenoemde verbindingen werden reeds opgenomen in het spoorwegplan van den Minister van Bosse, waarop betrekking hebben de stukken der Tweede Kamer van de zitting 1871-187^ No. 57 *) 2). De lijn Djokjo-Magelang was aanvankelijk in de aanvraag der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij niet begrepen, maar is ingevolge de tusschen haar en de Regering gevoerde onderhandelingen in de concessie opgenomen. Op de voordeelen van deze lijn, welke het middelpunt van de zoo vruchtbare residentie Kadoe in verbinding zal brengen met de hoofdlijn door MiddenJava, werd onder anderen gewezen in het onder de zooeven genoemde stukken voorkomende rapport der spoorwegcommissie van 1871 (bladz. 11)- 3)

In art. 1 der concessie is, op het voorbeeld der wet va* 6 April 1875 (Staatsblad No. 61), de rigting der aan te leggen spoorwegen slechts zeer in het algemeen aangeduid, omdat over de details alleen in Indië uitspraak kan worden gedaan nadat de definitieve opnemingen voor den aanleg zullen hebben plaats gehad. Evenwel moest, wat de lijn Djokjo-Tjilatjap betreft buiten twijfel worden gesteld dat het in de bedoeling ligt om haar niet het Serajoe-gebergte te laten overschrijden, maar bezuiden dat geberg-

1) Volgens dat plan zou echter de Madioensche lijn bij Djenkilon, op een vrij grooten afstand van de hoofdplaats Soerakarta, aan de lijn Samarang-Vorstenlanden aansluiten. Thans is de bedoeling om het aansluitingspunt te kiezen in de nabijheid van de hoofdplaats Soerakarta, en om deze in de kortste verbinding te brengen met de hoofdplaats Madioen. /*~w\

2) Zie Indische Spoorwegpolüiek deel I bijlagen I II, XIX en XX dedlll (tekst) Hoofdstuk I § 9 bl. 292 e.v. en deel III (bijlagen) No. XVII, XVIII en XIX. R.

3) Zie idem deel I bijlage I. R.

Sluiten