Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de tot dusverre genoemde bepalingen zou de Maatschappij alleen dan voldoende gebaat zijn, wanneer het volstrekt zeker ware dat de aanleg der nieuwe spoorwegen niet meer zal kosten dan 28% millioen. De Maatschappij heeft echter voorzigtigheidshalve de mogelijkheid moeten onderstellen dat de kosten van aanleg het geraamde mazimum overschrijden en voor dat geval waarborgen verlangd tegen teleurstellingen, als haar vroeger in ruime mate zijn ten deel gevallen. Dientengevolge is in art. 79, laatste alinea, der concessie de bepaling ingelascht, dat, wanneer voor den aanleg der nieuwe spoorwegen meer dan 28% millioen moet worden opgenomen, de uitgaven voor renten en aflossing van dat meerdere ten laste der exploitatie-rekening mogen gebragt worden tot een maximum van ƒ 350000, doch alleen voor zooveel noodig is om te voorkomen dat door de bedoelde uitgaven het dividend der aandeelhouders dale beneden de 5 percent.

Deze bepaling zal dus de Maatschappij in staat stellen om, wanneer onvoorziene tegenspoeden de vergrooting van het aanlegkapitaal onvermijdelijk mogten maken, hoogstens nog ongeveer 6 millioen ter leen op te nemen, zonder verpligt te zijn een deel der aan de aandeelhouders toekomende winst (mits deze niet meer bedraagt dan 5 percent) te besteden voor rente en aflossing van het geleende. De staatsgarantie zal ten behoeve van zoodanige nieuwe leening niet worden uitgebreid; voor de rente en aflossing wordt alleen het batig saldo der exploitatie-rekening verbonden, voor zoover noodig en altijd slechts wanneer er een batig saldo is.

Het is voorzeker billijk dat op deze wijze — zonder dat aan den Staat zwaardere geldelijke offers worden opgelegd dan het maximum der rente-garantie — het gevaar wordt weggenomen, dat aandeelhouders een deel van hunne geenszins buitensporige winsten moeten afstaan, ten einde te voorzien in nadeelen welke niet te wijten zijn aan de Maatschappij, wier eigenbelang medebrengt dat zn* de kosten van aanleg beneden het geraamde maximum van 28% millioen doe blijven. Overigens bestaat er weinig kans, dat de bepaling der laatste alinea van art. 79 zal behoeven te worden toegepast; immers op grond der opgedane ondervinding mag men vertrouwen dat spoorwegen in vlak terrein op Java niet meer dan gemiddeld ƒ 81000 per kilometer zullen behoeven te kosten.

Al wat de Staat wegens rente-garantie aan de Maatschappij uitkeert, is slechts een voorschot, hetwelk aan den Staat moet worden teruggegeven op de wijze, in art. 83 bepaald.

In de eerste plaats wordt terug betaald het netto saldo der exploitatie-rekening, tot dat dit het bedrag heeft bereikt 't welk in het betrokken jaar door den Staat is voorgeschoten.

In de tweede plaats de helft der winsten, die boven de 5 percent aan de aandeelhouders zouden kunnen uitgedeeld worden, na aftrekking evenwel van hetgeen ingevolge de statuten der Maatschappij aan haar bestuur

Sluiten