Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rang-Vorstenlanden. Thans zal zij daarvan een deel afstaan aan den Staat in mindering van hare schulden.

§ 11. Voor zoover de bepalingen der nieuwe concessie niet op de financieele aangelegenheden betrekking hebben, zn'n zy over 't algemeen gelijkluidend aan de bepalingen der concessie Samarang-Vorstenlanden, zoo als die nu (verg. § 5 hierboven) gewijzigd zyn. Overeenstemming tusschen de beide concessien was natuurlijk wenschely'k, en voor zoover dus geen voldoende aanleiding bestond om de oude concessie te veranderen, naar de eischen diè aan de nieuwe gesteld moesten worden, is deze laatste zooveel mogelijk op de leest der oude geschoeid. Enkele afwijkingen zyn noodig geweest, ter verduidelijking van de redactie, of omdat de wetgeving, waarop de oude concessie gebaseerd was, wijzigingen had ondergaan ; of om te verbeteren wat blykens de ondervinding in de oude concessie gebrekkig was, doch wat in deze niet wel kon, dan wel (omdat de bepalingen hadden uitgediend) niet meer behoefde te worden veranderd. Het schynt voldoende hier omtrent die veranderingen het volgende aan te stippen.

Het 2de artikel der oude concessie, waarby' aan de Maatschappij de voorkeur werd toegekend voor het aanleggen van verlengingen of zijtakken van haren spoorweg, is niet overgenomen l), omdat ligt geschil kan ontstaan over de vraag wat onder verlengingen of zijtakken moet worden verstaan.

In art. 2 der nieuwe concessie is de totale lengte der uitwijkplaatsen op hoogstens een tiende, in stede van een vy'fde, der totale lengte van de lynen bepaald.

De artt. 3 en 4 bevatten — in verband met hetgeen nopens het bezigen van smal spoor is overeengekomen — voorschriften omtrent de spoorwijdte, de breedte van de baan en het gewigt der spoorstaven. (In de oude concessie werd het geven van voorschriften daaromtrent aan den GouverneurGeneraal overgelaten).

In art. 5 is uitdrukkelijk gezegd dat het aanleggen van toegangswegen tot de taak der Regering behoort, en is de verpligting der Maatschappij, om den spoorweg af te sluiten, in overeenstemming gebragt met hetgeen by den aanleg der lijn Samarang-Vorstenlanden praktijk geworden was.

In art. 6 zyn te termijnen voor de indiening der algemeene kaarten, profielen en dwarsdoorsneden ruimer gesteld dan in de oude concessie, met het oog op de uitgestrektheid der aan te leggen lynen.

In art. 7 is de goedkeuring der Regering alleen gevorderd voor de plannen van de kunstwerken, dus niet van alle werken, wat zeker niet

1) Artt. 2, 3, 4 enz. der nieuwe concessie zijn dus in de oude concessie artt. 3, 4, 5 enz.

Sluiten