Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekrachtigd wordt — vermoedelijk (zie de artt. 2 en 3 der betrokken overeenkomst), naar verkiezing der Regering, kunnen worden uitgekeerd in 1878 of in 1879, of in beide jaren voor een gedeelte. Indien, na de overdragt der lijn (waarschijnlijk in den loop van 1878), de betaling wordt uitgesteld, moeten renten aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij vergoed worden (art. 4 der overeenkomst);

2o. in termijnen, de helft der kosten van de spoorversmalling op de lijn Samarang-Vorstenlanden tot, een maximum van 1 millioen gulden. Het zal denkelijk nog verscheidene jaren duren voordat met de spoorversmalling behoeft begonnen te worden, dus ook voordat met de hierbedoelde uitgaaf een aanvang te maken is;

3o. jaarlijks hoogstens ƒ 1 425 000 voor rentegarantie. Evenwel nog niet dadelijk tot het volle bedrag, daar de Staat slechts rente zal hebben uit te keeren over zooveel kapitaal als de Maatschappij zich verschaft met het oog op de behoeften in de naaste toekomst. Aaangezien de opbrengst der belegging van hetgeen opgenomen, doch niet aanstonds uitgegeven wordt, in 's lands kas vloeit, zal bovendien gedurende langen tijd een gedeelte van het betaalde terugontvangen worden. Tegen het tijdstip, waarop het volle bedrag der rentegarantie zal zijn te voldoen, begint ook de exploitatie der spoorwegen voordeelen af te werpen, die in compensatie komen van het door den Staat .voor te schieten bedrag.

De uitgaven, sub 1 en 2 bedoeld, zijn te beschouwen als buitengewone uitgaven die (wanneer de gewone middelen ontoereikend zijn) met buitengewone middelen mogen bestreden worden, evenals de uitgaven welke voor den aanleg van Staatsspoorwegen en van andere groote werken thans op de Indische begrooting zijn uitgetrokken. Op dit oogenblik is nog niet te zeggen waaruit die buitengewone middelen zullen bestaan. Kan tegen den tijd, wanneer de uitgaven zullen te doen zijn, ten behoeve daarvan over saldo's van vroegere dienstjaren beschikt worden, dan zullen deze natuurlijk moeten worden aangesproken. Is dit niet het geval, dan zal de Staat zich het geld op andere wijze moeten verschaffen,

De sub 3o. bedoelde uitgaaf zal, evenals het voorschot dat tot dusver jaarlijks aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij wegens rentegarantie werd uitgekeerd, onder de gewone uitgaven der Indische begrooting moeten worden opgenomen, en dus invloed hebben op den sluitpost dier begrooting, tenzij de opbrengst der gewone Indische middelen toeneemt.

§ 13. Over het wetsontwerp zelf is hier ten slotte slechts een enkel woord te zeggen.

Van de overeenkomsten betreffende de overdragt der lijnen BataviaBuitenzorg aan den Staat en de spoorversmalling op de lijn Samarang-

Sluiten