Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere leden dierzelfde afdeeling meenden de toepassing dezer redenering op het wetsontwerp, thans in behandeling, te moeten bestrijden. Spaarzaamheid behoort te wórden in acht genomen, naar inkrimping van uitgaven te worden gestreefd, maar de aanleg van spoorwegen op Java is, zeiden zy, zóó noodig en de behoefte daaraan zóó dringend, dat daarmede niet mag worden gedraald. Finantiele bezwaren als de voorgedragene waren huns erachtens volkomen toepasselijk op andere onderwerpen, en moest bijvoorbeeld alsnog een besluit genomen worden tot den aanleg van eene haven te Batavia, dan zouden zy op grond van den tegenwoprdigen finantielen toestand aarzelen hunne medewerking te verleenen; waar het evenwel spoorwegaanleg betrof, die, zoo als hier, de welvaart verhoogen en de draagkracht der bevolking vermeerderen zal, moesten, naar hun oordeel, de noodige offers worden gebragt.

§ 2. De overeenkomsten, waarvan eenige artikelen ter bekrachtiging worden voorgedragen, vertoonen een tweeslachtig karakter. Zy strekken eensdeels om eene spoorwegljjn van eene particuliere maatschappij aan te koopen, ten einde die ly'n van Staatswege te exploiteren, en anderdeels om den aanleg en de exploitatie van eene belangrijke ly'n aan die zelfde particuliere maatschappij te gunnen. Hierin vond men in alle afdeelingen aanleiding tot eene uitvoerige gedachtenwisseling over de voor- en nadeelen, die, zoo in het algemeen, als meer bepaaldelijk met betrekking tot Java, aan den spoorwegaanleg van Staatswege en aan dien door de particuliere nijverheid verbonden zyn.

De voorstanders van Staatsaanleg deden al dadelijk een beroep op de ondervinding. Deze, beweerden zy', bewijst, dat het tot de onmogelijkheden behoort concessiën voor zóó belangrijke werken en voor zóó langen duur, als hier worden voorgesteld, dusdanig in te rigten, dat misbruiken en chicanes worden afgesneden. Na verloop van langer Of korter tyd ontdekt men leemten in de concessiën, waarvan ten nadeele van den Staat of het algemeen belang gebruik kan worden gemaakt. Reeds mét het oog daarop verdient het geene aanbeveling concessiën van dergely'ken omvang en dergelijk gewigt te verleenen, zelfs al verdienen de tegenwoordige personen, aan wie ze worden gegund, in ieder opzigt vertrouwen. Een concessionaris is dikwijls afhankelijk van zijne aannemers en met dezen worden wel eens contracten gesloten, die aanleiding geven, dat men zich op leemten in de concessiën beroept. Tracht men dit te voorkomen door de bepalingen in de concessie zeer streng te maken, dan stuit men op het bezwaar, dat het kapitaal daardoor wordt afgeschrikt en het doel gemist. Verdient ook daarom Staatsaanleg niet verre de voorkeur?

Nu wordt wel tegengeworpen, dat het omvangrijke der taak, die voor den Staat in de kolonién valt te verriglen, en onze tegenwoordige finantiele omstandigheden zoo vele redenen zijn om krachten te hulp te roepen, doch

Sluiten