Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over deze bezwaren zoude men nog kunnen heenstappen, indien het hier eenen korten weg gold of eene geringe uitbreiding eener bestaande concessie, maar de tegenwoordige concessie Samarang-Vorstenlanden loopt over 203 kilometer, de nieuwe concessie over 350 kilometer (Memorie van Toelichting bladz. 9). Dit is eene uitbreiding, die tot het oorspronkelijke staat als 7 : 4, terwijl, indien deze concessie werd bevestigd, de totale lengte der geconcessioneerde wegen die der Staatswegen zoude overtreffen of althans evenaren.

De redenen voor deze afwijking van den regel van Staatsaanleg, die op bladz. 8, § 8, der Memorie van Toelichting medegedeeld worden, schijnen niet afdoende. De voornaamste is, dat anders Midden-Java op spoorwegen zou moeten wachten, tot dat de Staatsaanleg in Oost- en West-Java zou zijn ten einde gebragt. Maar waaróm zal de Staat ook niet dadelijk in Midden-Java aan het werk gaan? En mogten daarvoor de noodige technische krachten ontbreken, kan dan niet tot aanbesteding van den aanleg voor Staatsrekening door particulieren a forfait worden overgegaan ? n

Een gevoelen, aan de tot hiertoe, voorgedragene meeningen geheel tegenovergesteld, werd door andere leden voorgedragen, die partij trokken voor het stelsel vnn particulieren aanleg, zelfs al waren de geldmiddelen van den Staat door garantie of subsidie daarin sterk betrokken.

Deze leden, die dan ook op West-Java liever uitbreiding van particuliere concessie hadden gezien, achttsn het onbetwistbaar, dat bijzondere maatschappijen in den regel spoediger en zuiniger zullen werken dan de Staat dewijl zy, het belang van hare aandeelhouders moetende behartigen, tijdverlies, dat tot renteverlies leidt, zooveel mogelijk zullen voorkómen; onnoodige weelde, waartoe men by aanleg van Staatswege spoedig vervalt, •vermijden en alle bronnen opsporen, ten einde van het werk het meest partij te trekken. Bij aanleg door particulieren zijn vervolgens minder misbruiken niet alleen van finantielen aard, maar ook van magt te duchten. Vooral ook het laatste punt verdient bij aanleg van groote werken op Java overweging. . - _

Bovendien mag het, hoe cngewenscht en hoe onwaarschunluk het op dit oogenblik ook zh\ toch niet tot de onmogelijkheden worden gerekend, dat de koloniën te eeniger tijd voor Nederland verloren gaan. Znn de spoorwegen in handen van particulieren, dan zal, bij het altyd denkbare ontstaan van binnen- of buitenlandsche verwikkelingen, althans de Staat deswege geen schade lijden, en zal ten minste de toestand jan den particulier en b« gevolg van den garanderenden Staat minder hagchelnk znn, dan die van den Staat als eigenaar.

Daarenboven mogen de uitgestrektheid en de behoeften onzer koloniën niet te ligt worden geteld. Wil men nu, dat alleen de Staat in alles voor^dan loopt men gevaar te veel ten znnen laste te brengen en in

Sluiten