Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reden om den werkkring der rekenpligtige ambtenaren niet buiten strikte noodzakelijkheid, en dat nog wel zóó aanzienlijk, uit te, breiden.

Ten slotte stelden sommige voorstanders van het wetsontwerp in het licht, dat, indien tot particuliei en aanleg van spoorwegen op MiddenJava besloten werd, eene concessie aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij ëigenaardige voordeelen in zich sluit. Deze maatschappij toch mag geacht worden op de hoogte te zjjn van de taak, die haar wacht. Zn' heeft getoond de bestaande spoorwegen met goeden uitslag te kunnen exploiteren. Zij zal bij de keuze van ambtenaren in ruimeren kring kunnen rondzien dan de Staat, die zich uit den aard der zaak al ligt tot Nederlandsche ambtenaren zal bepalen, terwijl de NederlandschIndische Spoorwegmaatschappij, haar personeel hooger kunnende betalen dan de Staat, eerder vreemdelingen, die aan strengere eischen voldoen, aan zich kan verbinden. Vooral is dit van gewigt ten aanzien der exploitatie. Want het moge waar zn'n, dat wij bekwame ingenieurs bezitten tot het bouwen, daarmede is nog niet gezegd, dat deze even bekwaam zijn tot het exploiteren van spoorwegen. Daarenboven werd nog aangevoerd, dat de betrekking tusschen hen, die bij particulieren in dienst zijn en deze niet dezelfde is als die tusschen den Staat en zijne ambtenaren. Juist hierin was, meende men, voor den Staat een groot nadeel gelegen, dat hn' tegenover zijne ambtenaren niet die vrijheid van handelen bezit, welke particulieren hebben en behouden tegenover de personen, die bij hen in dienst zijn.

Eene derde groep van leden in twee afdeelingen erkende vele der aangevoerde bezwaren en voordeelen van elk der beide stelsels. Zij meenden, dat men in onze koloniën zich niet te absoluut aan één beginsel moest binden en verklaarden zich voor een gemengd stelsel, waarbij aanleg van particulieren door Staatsaanleg werd aangevuld. Waren zij goed ingelicht, dan had dit stelsel in Britsch Indie gunstige uitkomsten opgeleverd. Deze leden konden zich daarom ook in hoofdzaak met de strekking der voordragt vereenigen.

Nu eenmaal begonnen is met Staatsaanleg in Oost-Java en nu de havenwerken te Batavia het noodzakelijk maken, dat de Staat eigenaar worde van de spoorwegen in West-Java, biedt huns inziens particuliere aanleg voor Midden-Java de beste gelegenheid aan om spoedig tot uitbreiding der spoorwegen te geraken.

§ 3. Algemeen was men het met de Regering eens, dat men bij de beoordeeling van dit wetsontwerp de vier overeenkomsten behoorde te beschouwen in onderling verband. Naar de opvatting der Regering strekken de contracten tot spoorversmalling op de lijn Samarang-Vorstenlanden en tot het verleenen van concessie voor den aanleg en de exploitatie van twee nieuwe lijnen, ten bate der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij; en zouden daarentegen de contracten tot overdragt der lijn

Sluiten