Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Batavia-Buitenzorg en tot wijziging der concessie betreffende de lijn Samarang-Vorstenlanden in het voordeel van den Staat zijn.

Of deze waardering der verschillende contracten juist zy, schijnt met boven allen twijfel verheven, maar voor de Vertegenwoordiging bluft ter beantwoording de vraag, of bij die overeenkomsten in onder" hngen samenhang en verband het Staatsbelang voldoende is behartigd en gewaarborgd.

De bezwaren tegen iedere overeenkomst afzonderlijk worden in de volgende paragraphen ontwikkeld. Hier zy als slotsom opgeteekend, dat eenige leden de zoo even gestelde vraag bevestigend, doch dat een grooter aantal leden haar ontkennend beantwoorden, terwijl algemeen in de afdeelingen tegen vorm en inhoud der overeenkomsten zeer gewigtige bedenkingen werden aangevoerd.

Men meende dan ook een tweeledig verzoek tot den nieuw opgetreden Minister van Koloniƫn te moeten rigten.

Vooreerst stelde men er prys op te mogen vernemen, welke in den tegenwoordigen stand van zaken de inzigten van den Minister zyn omtrent het beginsel van Staatsaanleg van spoorwegen in Indie. Men herinnerde zich, dat in de zitting van 1871 op 1872 (No. 57 der stukken) by-Koninklijke boodschap van 6 November 1871 een wetsontwerp werd ingediend, waarvan de memorie van toelichting door den Minister van Bosse was onderteekend en waarbij Staatsaanleg op ruime schaal was voorgesteld. Wel bestaat er tusschen opvolgende Regeringen eene zekere solidariteit, doch deze heeft hare grenzen, en vele leden waren van oordeel, dat de nieuwe Minister van Koloniƫn volkomen vry en onafhankelijk is tegenover de toch altijd slechts voorwaardelijk door zyn ambtsvoorganger gesloten overeenkomsten.

Ten anderen zoude men gaarne mededeeling ontvangen van alle aanvragen en alle aanbiedingen, die door particulieren met betrekking tot aanleg van spoorwegen op Java gedaan zyn, en van de daarop gegevene beschikkingen. Men achtte het noodig die te kunnen vergelijken met de door de Regering gesloten overeenkomsten, ten einde omtrent de vooren nadeelen van deze, hare meerdere of mindere aannemelijkheid, een beter oordeel te kunnen vormen en de vraag te beslissen, of deze voordragt wel het best bereikbare geeft. Aan dit verzoek zette men te meer klem by met het oog op den zoo wenschely'ken spoedigen aanleg. Want het was de aandacht niet ontgaan, dat de thans voorgedragen regeling voor de voltooijing der beide nieuwe lynen respectivelyk 7% en 11% jaar stelt na 1878, een naar veler oordeel buitensporigen termijn.

Liefst zoude men zien, dat de hiertoe betrekkelijke stukken werden overgelegd. Bestond daartegen overwegend bezwaar, dan vertrouwde men, dat de Regering zoo volledig mogelijke inlichtingen hieromtrent zou willen geven, In eene afdeeling vroeg men die met name ten aanzien van

Sluiten