Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aanvrage der heeren Landrij c.s. (bladz. 153 van het Koloniaal Verslag van 1877).

§ 4. Overdragt der lijn Batavia-Buitenzorg aan den Staat. (No. 3 der stukken).

Talrn'ke bezwaren werden tegen de goedkeuring dezer overeenkomst door onderscheidene leden in het midden gebragt.

Sommigen stelden op den voorgrond, dat, indien men in aanmerking neemt, dat de koopprijs dier lijn, afgemeten naar de tegenwoordige inkomsten van den weg, eene aanmerkelijke winst voor de ondernemers overlaat en dat de toeneming van de inkomsten volgens de directie der Spoorwegmaatschappij zelve grootendeels afhankelijk zal zyn van rigting aan den spoorweg naar de Preanger regentschappen te geven, welke rigting door de Regering wordt bepaald, — dat men, op dit alles lettende, veilig mag onderstellen, dat het niet onmogelijk zou zjjn geweest de Maatschnppjj, ook zonder haar nieuwe voordeelen toe te kennen, tot zoodanigen verkoop over te halen. Had de Regering niet kunnen te kennen geven, dat zij niet ongenegen was om, bij mislukking der onderhandelingen, zelve eene tweede hjn van Batavia naar Buitenzorg aan te leggen; eene mogelijkheid, waarop men in Indie bedacht geweest is? (Koloniaal Verslag van 1877, No. 29, bijlage BB, bl. 9). Doch dit daargelaten en ook wanneer men in het oog houdt, dat de lijn Batavia-Buitenzorg niet na afloop der concessie aan den Staat vervalt, is de toestemming der Maatschappij tot het aangaan dezer overeenkomst geenszins zulk een bijzonder bewijs van inschikkelijkheid.

Vele leden toch achtten den koopprijs in de gegeven omstandigheden vrij hoog. Tot regtvaardiging van dien prijs wordt door de Regering gewe. zen op de tegenwoordige productiviteit der lijn. Doch naar de overtuiging dezer leden bestaat er allezins reden om aan te nemen, dat die productiviteit meer in schijn, dan in werkelijkheid bestaat. Kon voor het tegenwoordige welligt de lijn Batavia-Buitenzorg berekend worden eene ruime percentage te renderen, weldra zou blijken, dat dusdanige uitkomst slechts tijdelijk, door onvoldoend onderhoud, was te behalen geweest. Huns oordeels ging het niet aan om, als de Staat voor eene lijn, die slechts ƒ 3.034.543.51 van aanleg gekost heeft en die volgens de Bijlage EE van het Koloniaal Verslag van 1877 in volkomen goeden toestand nieuw geconstrueerd kan worden voor ƒ 3.750.000, ƒ 5.000.000 betaalt, de toestemming der Maatschappij in zulk eene overeenkomst voor te stellen, gelijk de Memorie van Toelichting doet, „als een offer door de Maatschappij gebragt, hetwelk haar op verdere compensatien aanspraak zou geven".

En verder: gaat het aan, casu quo, dusdanige som, nu dan toch — ai ware het cijfer ook billijk - in allen gevalle ± ƒ 2.000.000 meer, dan de

Sluiten