Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat toch is er nu van de zaak? Aan de eene zijde stelt de Regering het voordeel in het licht eener zamenkoppeling van de winsten der nieuwe en der oude onderneming (Bladz. 11 der Memorie van Toelichting). Aan den anderen kant blijkt naar veler oordeel, die zamenkoppeling echter niet duidelijk, al schijnt zij uit eene naauwkeurige raadpleging van sommige bepalingen der beide concessiën te moeten worden afgeleid. Het ware in ieder geval wenschelh'k geweest, een zoo belangrijk punt helderder te doen uitkomen, en voor het minst moest het aanleiding hebben gegeven om de bepnlingen van finantielen aard in beide stukken meer eensluidend te maken dan is geschied.

Is de zamenkoppeling verder een voordeel voor den Staat ? Er bestaat reden tot twijfel. Er zullen afzonderlijke exploitatie-rekeningen worden gehouden. Van geheele of gedeeltelijke terugbetaling van het voorschot van den Staat wegens den nieuwen weg overeenkomstig het tweede lid van art. 83 der concessie voor dien weg, zal dus, welke voordeelen de oude weg ook oplevert, in de eerste jaren wel geen sprake zijn. Had nu geene zamenkoppeling plaats, dan zou de Staat spoedig, krachtens art. 90 der concessie*, voor den ouden weg gedeeltelijke terugbetaling van vroegere voorschotten kunnen erlangen en zou het te kort op de exploitatie-rekening van den nieuwen weg, ten laste der aandeelhouders blijven. Door de zamenkoppeling echter vangt die terugbetaling eerst aan, wanneer over het geheel maatschappelijk kapitaal meer dan 5 percent kan worden uitgekeerd. Het komt dus voor, dat de voordeelen der zamenkoppeling allereerst ten bate der Maatschappij komen.

In de tweede plaats, meenden die leden, zal de Kamer dienen te ontvangen eenen volledigen en naauwkeurigen staat van de finantiele gesteldheid van de Maatschappij, van wier lot men de regten van den Staat wil afhankelijk maken. Was tot heden voor den Staat slechts de vraag, hoe de uitkomst was of welke de zuivere baten waren van de exploitatie van zekere lijn, zonder dat eenigerlei acht te slaan viel op de finantiele gesteldheid en engagementen der Maatschappij, met andere woorden, hoeveel de brutoontvangsten en de eigenaardig daartegenover te stellen uitgaven bedroegen, zonder dat de eischen van deze of gene leening daarbij in aanmerking mogen komen, — thans, naar hetgeen van de vorige Regering verkregen is, verandert die zaak. De vraag zal nu worden, welke de winsten der Maatschappij zn'n, zoo als een der artikelen zegt „uit welke middelen ook verkregen". Dat gemeen maken.van alle winsten is kennelijk van de zijde der Maatschappij voorgespiegeld als een veel beteekenend aanloksel, en de vorige Regering blijkt, voor zooverre aan wederstand harerzijds mag gedacht worden, er aan te hebben gehecht. Er rijst echter een vraag, die bij de vorige Regering niet schijnt te zijn opgekomen, waarvan zjj althans zonderling genoeg, aan de Kamer geenerlei melding maakt, veelmin rekenschap geeft; namelijk deze: welke is de finantiele gesteld-

Sluiten