Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. „Een plaatselijk comité" zal op Java met het bestuur en de uitvoering der zaken belast zijn. Deze geheele bepaling kan in het contract worden gemist en aan de statuten worden overgelaten.

Art. 66. Welk gevolg heeft eene eventuele overtreding van het 1ste lid? Dient dit niet geregeld te worden door eene uitbreiding van art. 57?

" Is de Maatschappij op dit oogenblik bij geenerlei onderneming betrokken buiten het exploiteren der Innen Batavia-Buitenzorg en SamarangVorstenlanden?

Art 71 I. Men wees er op, dat in dit nieuwe artikel twee belangrijke voordeelen aan de Maatschappij worden geschonken. In de eerste plaats is de minimum-prijs bij naasting van 14 tot 17 millioen verhoogd, en ten tweede is het tijdstip, waarop het eerst kan worden genaast, van 1892 tot 1910 verschoven. Men vroeg, waarom, indien men dan al de termijnen van naasting voor beide ondernemingen wilde doen zamenvallen, de Regering zich niet tot een middenterm had bepaald?

Met eenvoudig beroep op billijkheid, werd gezegd, laten dusdanige veranderingen der in 1863 contractueel vastgestelde verhoudingen zich kwalijk regtvaardigen.

Volgens vele leden dienden beide wijzigingen achterwege te blnven.

H. Sommigen keurden het af, dat na het verstrijken van iederen tienjarigen termijn een nieuw tijdperk van tien jaren intrad.

Anderen verdedigen deze bepaling, die in alle Nederlandsche concessiën voorkomt en goed werkt, omdat zij den concessionaris er toe brengt goed te zorgen voor den weg en het materieel.

III Eenige leden vonden voorts het laatste lid van dit artikel niet noodig en voor den Staat belemmerend. Hierop werd geantwoord, dat naasting van slechts één der lijnen tot onbillijkheid jegens de Maatschappij en tot ingewikkelde finantiele vraagstukken tusschen den Staat en de Maatschappij aanleiding zou geven. Eerstgenoemde leden echter achtten dit bezwaar niet afdoende; want van elk der ondernemingen wordt eene afzonderlijke exploitatie-rekening gehouden.

Art. 77. (onveranderd gebleven). Alinea 2 heeft thans alle reden

van bestaan verloren. .

Toen de Maatschappij begon, - en zoo lang ze nog geen eigene voldoende inkomsten had _ was de betaling der 4% percent rente (eerst over 14, later over 17 millioen) door den Staat bij voorschot allezms strookende met de oekonomie der concessie.

De toestand is thans eene gansch andere: - de onderneming is nu bij magte om de bedoelde 4% percent - en meer dan dat - uit eigen middelen voor hare aandeelhouders beschikbaar te stellen.

Sluiten