Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van daar dan ook onder art. 4 van hoofdstuk I der wet houdende vaststelling dér middelen voor de Indische begrooting een post van gelijk bedrag (ƒ 765.000), als waarop onder art. 41b op hoofdstuk I van de uitgaven dier begrooting de door den Staat inge.volge dit art. 77 te betalen rente is uitgetrokken.

Doch de restitutie, onder de middelen bedoeld, komt eerst in „een maand na de vaststelling" dier rekening, dat is in Julij of Augustus van het 2de jaar.

_ Derhalve:

1 Januarij van het 1ste jaar schiet de Staat aan de Maatschappij, die dit voor het eenig erkende doel niet meer noodig heeft, vóór de helft

van ƒ 765.000 = ƒ 382.500

1 Julij van het 1ste jaar, id. id „ 382.500

1 Jan. van het 2de jaar, id. id „ 382.500

Zamen ƒ 1.147.500

waartegenover dan ± 6 maanden later ƒ 765.000 wordt gerestitueerd, ongeveer tegelijk met een nieuw voorschot van Staatswege van ƒ 382.50o!

Gemiddeld alzoo heeft de Maatschappij renteloos doorloopend, krachtens dit artikel, onder zich ƒ 765.000.

Moet aan dit bedekte subsidie van ƒ 30 a ƒ 35.000 jaarljjkschen interest thans, bij de gansch veranderde omstandigheden, niet een einde worden gemaakt?

Van eene andere zijde achtte men het evenwel niet waarschijnlijk, dat de Maatschappij de Regering zal ontslaan van eene verpligting, dié deze in 1863 op zich genomen heeft, terwijl bovendien van dezelfde zijde werd opgemerkt, dat de Staat alleen dan hieruit door renteverlies nadeel lijden kan, wanneer de kas zoodanig is uitgeput, dat voor die rentebetaling door den Staat geld moet worden opgenomen.

Art. 88. I. Wat bedoelt men met de amortisatie, waarvoor hier middelen worden aangewezen?

Van eene amortisatie van aandeelen kan na de wijziging van 1869 kwalijk sprake meer zijn, en daarop dan ook is men blijkens het slot van § 4 der Memorie van Toelichting langs anderen weg bedacht geweest. Eischijnt in dit artikel dus uitsluitend aan de ƒ 11.000.000 leening van 1869 te moeten gedacht worden.

Maar diende zulks niet duidelijker te worden uitgedrukt, ook wat de bedoeling betreft van het bepaalde sub lit. b?

Zoo als het luidt, is het artikel onverstaanbaar.

Het verdient opmerking, dat het sub lit. c bedoelde reservefonds (Samarang-Vorstenlanden) in het laatst bekende jaar (1875) geklommen is van ƒ 237.224 tot ƒ 341.446.

Sluiten