Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dat vertrouwen onthielden een aantal leden zich van eene beschouwing en ontleding van het nieuwe art. 90, dat hun trouwens onder geenerlei omstandigheden voor goedkeuring vatbaar scheen.

Door sommigen hunner werd echter gevraagd, met welk regt de Maatschappij in het vorig jaar de rekening en verantwoording reeds heeft opgemaakt volgens de gewijzigde concessie, waarvan toch thans eerst de bekrachtiging wordt voorgedragen.

Tevens werd opgemerkt, dat van actions de jouissance in de oorspronkelijke concessie geen sprake was en dat in geen geval daarvan sprake behoorde te komen vóór integrale afdoening van de schulden der Maatschappij aan den Staat.

Andere leden, evenmin van de noodzakelijkheid eener wijziging overtuigd,- traden niettemin over het nieuwe artikel in eenige beschouwingen.

Zij wenschten ter opheldering eenige conto finto's van de Regering te ontvangen. Volgens het oude artikel, zoo merkten zij intusschen op, kreeg de Staat, zoodra de winst meer dan 5 percent bedroeg, dat meerdere, tot een zeker cijfer was bereikt, in zijn geheel; volgens het nieuwe artikel moet hij dat meerdere reeds dadelijk met het bestuur en de aandeelhouders deelen. Het gevolg is, dat het nieuwe artikel, bij matige winst, nadeeliger, bij matig hooge iets voordeeliger en bij zeer hooge weer nadeeliger is voor den Staat dan het oude.

Het nieuwe artikel munt bovendien niet door duidelijkheid en eenvoudigheid uit. De som voor b is volgens art. 52 der statuten niet te berekenen zonder c in aanmerking te nemen. Waarom, vroeg men voorts, het dividend der uitgelote aandeelen op anderen voet berekend dan dat der onuitgelote? Waarom wordt het aandeel van den Staat kleiner, naar mate het getal uitgelote aandeelen toeneemt?

Vooral echter zoodra de schuld der maatschappij aan den Staat is afgedaan, werkt het nieuwe artikel veel nadeeliger. Terwjil volgens het oude artikel de Staat een vierde zou erlangen van hetgeen boven 5 percent werd verdiend, zal hn' thans slechts een vierde verkrijgen van hetgeen meer dan 7 percent is ontvangen.

Ook is de redactie in den aanhef van het artikel minder juist. Er staat: „Wanneer de jaarlijksche uitkeering van winst over het niet geamortiseerd bedrag der aandeelen in de vennootschap, onverschillig uit welke middelen die is verkregen, meer kan beloopen dan vijf percent enz.". Bedoeld wordt: „Wanneer de winst enz. eene jaarlijksche uitkeering van meer dan vijf percent toelaat"; doch dit is niet uitgedrukt.

Kortom, deze leden waren van meening, dat de verbetering eener zeer betwistbare duisterheid den Staat tamelijk duur te staan zou komen.

Eenige leden hadden tegen de voorgestelde regeling nog dit bezwaar. Zij meenden, dat indien art. 90 gewijzigd moest worden, de Staat alsdan zijn voordeel behoorde te zien in deze twee beginselen: vooreerst, dat hij

Sluiten