Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelhouders zich in de eerste jaren wel eenige meerdere opoffering zouden mogen getroosten.

Welke toch zijn de vooruitzigten der aandeelhouders? Men stelde zich die eenigzins anders voor, dan in de Memorie van Toelichting is ontwikkeld. Gedurende de eerste vijf jaren behoeft geene aflossing van obligatiën plaats te hebben. De aandeelhouders genieten dan, behalve 5 pet., het verschil tusschen de rente, die zij voor de gegarandeerde leening van 221/2 millioen moeten betalen en de 5 pet. over dat bedrag door den Staat toegezegd. Het schijnt althans dat art. 71, hoe vreemd dit ook klinke, aldus moet worden opgevat.

Hoe groot dit verschil zal zn'n, is moeijeln'k vooraf te zeggen. De Regering neemt aan, dat 4V2 pet. rente zal moeten worden gegeven. Verscheidene der hier bedoelde !eden vonden die schatting te hoog en meenden, dat voor een door den Staat volkomen gewaarborgd fonds 5Va pet. voor rente en aflossing in 35 jaren voldoende zou zijn.

De Maatschappij zal zeker alle krachten inspannen om binnen vijf jaar een deel der geconcedeerde lijnen en wel het deel, dat de meeste opbrengst belooft, in exploitatie te brengen, ten einde, overeenkomstig de artt. 80 en 81, V2 pet. over het geheele kapitaal voor amortisatie ten laste der exploitatierekening te kunnen boeken. De amortisatie der geldleening vangt dan aan; maar kan die leendng op de bovenbedoelde voorwaarden worden gesloten, dan is de door den Staat verstrekte rente en de post ten laste der exploitatie-rekening na uitkeering van 5 pet. aan de aandeelhouders meer dan voldoende om daarin te voorzien, want het Va percent over het kapitaal der aandeelen blh'ft beschikbaar.

Wel zou deze berekening falën, indien de aanlegkosten aanmerkelijk boven de raming stegen, maar daar deze, naar het scheen, tamelijk hoog waren geschat, werd dit niet waarschijnlijk geacht. Maar bovendien zou de Maatschappij dan slechts boeten voor eigen fouten, en in weerwil daarvan zal ook die omstandigheid, indien de opbrengst der nieuwe lijnen niet beneden alle verwachting blijft, tengevolge der bepaling van art. 79 deiconcessie, het dividend slechts tijdelijk beneden 5 percent doen dalen.

Het kwam dezen leden dus voor, dat de aandeelhouders ook in de moeijeljjkste oogenblikken gedurende den aanleg en in den eersten tijd der exploitatie vrij zeker op 5 percent kunnen rekenen.

Dat hun toestand, naar mate de lijnen langer in exploitatie zijn en de opbrengsten toenemen, steeds beter zal worden, kan op goede gronden worden voorspeld. Nog meer zal dit het geval zijn, wanneer overeenkomstig art. 80 lit. c de rente van het reservefonds tot buitengewone aflossing kan worden aangewend.

Vooral echter springt het gunstige van dien toestand in het oog, wanneer men zich het tijdstip voorstelt, waarop de obligatiën zullen zijn afgelost. Dan zullen de aandeelhouders, al brengen de lijnen slechts zuiver 3 percent op, bijna 9 percent genieten, en dat terwijl de voorschotten van

Sluiten