Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Staat dan vermoedelijk op verre na niet zullen zyn afgelost. Want dit vooral ook is een grief tegen de concessie, dat het belang van den Staat daarbij te veel op den achtergrond is geschoven.

Van onmiddellijke terugbetaling van het voorschot over het afgeloopen jaar volgens het tweede lid van art. 83 zal, met het oog op den inhoud van art. 81, in de eerste jaren wel weinig mogen worden verwacht. De Staat zal dus hoofdzakelijk terugbetaling van die voorschotten moeten erlangen uit het 9|20 van hetgeen na uitdeeling van 5 percent overblijft, dat aan hem ten deel valt. Nu moge het waar zn'n, dat de opbrengst deioude lijnen invloed heeft op de grootte van dat deel, maar dit blijft toch zelfs bij vrij gunstige opbrengst der wegen zoo gering, dat die terugbetaling vermoedelijk vele jaren zal duren.

Eenige leden vereenigden zich evenwel niet met deze beschouwingen. Wilde men niet alles aan den Staat opdragen en ook iets aan particuliere krachten overlaten, dan moesten de voorwaarden ook zoo worden bepaald, dat particulieren hunne krachten beschikbaar wilden stellen. Dat die voorwaarden in deze concessie te gunstig waren, gaven zjj niet toe. De stand van de beurs bewees, dat het niet gemakkelijk zou zijn voor eene onderneming als deze op minder gunstige voorwaarden geld te krijgen. Bovendien vergat men te veel de kwade kansen, waaraan de Maatschappij bloot stond, bij voorbeeld hoogere aanlegkosten dan de raming, natuurrampen, oproer, oorlog en dergelijke. Hierbij komt nog, dat onder de geconcedeerde wegen enkele zijn, die weinig opbrengst beloven.

Ten anderen stond men stil bij de bezwaren tegen de rigting.

Zeer vele leden achtten de keus van den weg tusschen Djokjokarta en Tjilatjap niet gelukkig.

Boven eene lijn door de vlakte, die weinig verkeer en vervoer belooft, is naar hunne meening een weg door het gebergte en verder door het dal van den Serajoe langs Banjoemas naar Tjilatjap verre te verkiezen, omdat hij eene der vruchtbaarste streken van Java doorsnijdt en eene streek tevens, waar meer nijverheid wordt gevonden; omdat hij betere gelegenheid biedt tot aansluiting aan andere wegen uit het binnenland en ook in het belang der verdediging wenschelijk is. Nu moge die weg langer en kostbaarder zijn dan de andere: uit het feit, dat zelfs de Ned. Indische Spoorwegmaatschappij zeer bepaaldelijk de berglijn verkiest, mag wel worden afgeleid, dat de voordeelen, die zij. aanbiedt, grooter zijn dan de nadeelen.

Men hoopte dus, dat aan die rigting alsnog de voorkeur worde gegeven. Het kwam aan sommigen niet twijfelachtig voor, dat van de voorloopig gekozen rigting niet alleen geene directe voordeelen te wachten zijn, maar dat daaruit zelfs nadeelen voor den Staat kunnen voortspruiten.

Sluiten