Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welligt, zeiden deze leden verder, is de verpligting aan de Maatschappij opgelegd om de kortste verbinding, bezuiden het gebergte, te kiezen, de aanleiding geweest tot het toekennen aan haar van die voordeelen, waartegen in de afdeelingen zoo vele bezwaren zyn gerezen, en zoude dus de Maatschappij, wanneer zij in de keus der berglijn wierd vrijgelaten, vermoedelijk op andere punten tot voor den Staat meer voordeelige voorwaarden toetreden en zoude daardoor, hetgeen van grooter belang is, tevens de ontwikkeling van het verkeer op Midden-Java veel beter worden gebaat.

Art. 12 in verband met art. 19. De beslissing over materialen enz. wordt hier overgelaten aan drie deskundigen, waarvan een door de Maatschappij, een door de belanghebbenden en een door den voorzitter van den raad van justitie wordt benoemd. Wie is hier de belanghebbende: de Maatschappij, de Staat of de leverancier?

Art. 22. In verband met de gunstige mededeelingen der Regering omtrent den spoedigen spoorwegaanleg in Oost-Java kwamen de hier gegunde termijnen van bijkans 8 en 12 jaren aan zeer vele leden te ruim voor.

Er waren echter leden die meenden, dat de vergelijking met den weg van Soerabaja naar Malang niet opging, met het oog op de buitengewoon gunstige voorwaarden, die het terrein aldaar voor spoorwegaanleg aanbiedt.

Men vroeg bovendien, of er geene bepaling noodig is om te waarborgen, dat de Maatschappij met bekwamen spoed aanvangt en zoo snel doenlijk doorwerkt. De Regering heeft hier genoegen genomen in een redactie, die haar tot op den allerlaatsten dag der veeljarige termijnen tegenover dè Maatschappij geheel magteloos maakt.

Art. 23, alin. 4. I. Is het goed om alleen te spreken van „veiligheid"? Aan verpligting tot voorziening alsnog in niet voldoende geschiktheid voor eene deugdelijke exploitatie schijnt evenzeer te moeten worden gedacht.

II. Uiteenzetting te dezer plaatse van de ondervihding, die de Regering gemaakt heeft in zake den spoorweg Samarang-Vorstenlanden ten gevolge der ontstentenis van de hier ingevoegde bepalingen, scheen tot betere beoordeeling wenschelh'k.

Art. 27. Dat de bestaande of te maken algemeene wetten en verordeningen op het stuk van de politie der spoorwegen in Nederlandsch-Indië van toepassing zijn op de in deze concessie bedoelde spoorwegen, zonder dat daardoor veranderingen kunnen worden gebragt in de bepalingen dezer concessie, dit gaat, meenden eenige leden, te ver, omdat op die wijze het publiek regt van het Gouvernement ten behoeve eener particuliere Maatschappij wordt verkort.»

Sluiten