Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 28. Spreekt het niet van zelf, dat het vervoer op de spoorwegen door stoomkracht geschieden moet?

Is het daarentegen niet noodig eene omschrijving in het artikel op te nemen van hetgeen onder „zijtakken" moet worden verstaan?

Art. 38. Men zie de aanmerking op art. 40 der concessie SamarangVorstenlanden. (Wat beteekent „aanmerkelijk"?)

Art. 47. Men zie de aanteekening op art. 49 der concessie Samarang-Vorstenlanden.

Art. 55. Naar sommiger oordeel dienen ook onvoldoende uitvoering van art. 31 (aantal treinen), overtreding van de art. 63 (deelneming dan andere ondernemingen) en 76 (voorwaarden, waarop aandeelen of obligatiën worden uitgegeven) en in het algemeen de niet naleving van bij de concessie aanvaarde verpligtingen hier als grond tot vervallenverklaring te worden vermeld.

Art. 56, alin. 3. Waarom hier eene minder volledige omschrijving, dan in art. 67 raadzaam is geoordeeld?

Alin. 3 en 4. Is het niet de Staat, die zich in bezit stelt en die zich toeëigent?

Alin. 4. „Tegen betaling". Beter ware: „onder gehoudenheid tot onmiddeljjke betaling na afloop der schatting".

De publieke dienst vordert, dat de exploitatie niet worde gestaakt hangende de schatting.

Alin. 5 en 10. In deze gevallen betaalt de Staat 80 per cent van „de verkoopwaarde der wegen" enz.

Is daarbij gedacht aan het feit, dat ingevolge art. 10 alin. 2, de gronden van den Staat door de Maatschappij kosteloos worden verkregen?

Hun „verkoopwaarde" zal daarom door deskundigen niets minder worden geschat. En mitsdien zal, in de hierbedoelde gevallen van wanpraestatie der Maatschappij, deze regt krijgen op betaling eener som, waarin 80 per cent van de verkoopwaarde van kosteloos verkregen gronden zal begrepen zijn.

Art. 57. alin. 2. Volgens art. 55 geschiedt de vervallenverklaring door den Koning. Het gaat niet aan de uitoefening van dat regt des Konings afhankelijk te maken van beschikkingen van den GouverneurGeneraal. Men verlangde daarom, dat in alin, 2 van dit artikel de bevoegdheid tot verlenging voorbehouden zou worden aan den Koning, — of onder Hoogstdeszelfs magtiging aan den Minister van Koloniën.

Sluiten