Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage V.

Nota van den heer Mr. L. Oldenhuis Gratama.

Na al het gebeurde met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij, , . . .

nadat de tusschenkomst van het consortium van bankiers, door den toenmaligen Minister van Koloniën ingeroepen, bleek geheel onafdoende tn magteloos te zijn, ~ ''

nadat bleek — het is de officiële uitdrukking — dat de formule, waarnaar reeds zoo vele jaren gezocht was, „om tot wederkeenge satisfactie van den Staat en van het geldschietend publiek concessie te verleenen" niet te vinden was,

kon men niet verwachten, dat de Regering nog concessie zou verleenen, veelmin met rentegarantie, en, zonder zekerheid dat voor de gewaarborgde som de concessie kon en ook zou worden uitgevoerd.

Er is over de vraag „Staatsspoorwegen" of „concessie" reeds zeer veel bn' de Vertegenwoordiging voorgevallen.

Het zü genoeg alléén de voornaamste plaatsen voor en tegen uit het Bijblad aan te halen:

Oldenhuis Gratama,

van Kerkwük,

van de Putte,

Oldenhuis Gratama,

van Zuülen van Nyevelt,

van de Putte,

van -Goltstein, le Kamer,

Pincoffs, „

van de Putte, „

van Goltstein, „

Interpellatie Oldenhuis Gratama,

van de Putte, in antwoord,

25 Oct. 1872, Büblad bladz. 342

21 Dec. „ „ ,. 923

1 Nov. 1873, „ „ 123

4 , 138

10 „ „ ,, » 225

17 „ 'Ü » 281

17 " ,, » 286

25 l ,, „ 60

25 „ „ H » 62

25 „ „ tt " 63

25 „ „ „ „ 65

9 Junü 1874, „ „ 1534

„ 1536

Na al het voorgevallene meende men, dat voor Indië niet anders dan Staatsspoorwegen mogelük waren.

Ook de Regering vatte het zoo op: Minister van de Putte werd werkzaam in dien geest.

Sluiten