Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister van Goltstein kwam kort na zijn optreden bü de Vertegenwoordiging met een ontwerp Staatsspoorweg Soerabay'a-PasoeroeanMalang, 18 Februarü 1875, Bijblad, bladz. 778—794.

Hü stelde twee groote beginselen op den voorgrond:

lo. „de geheele geschiedenis van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij is nu juist niet een zeer krachtig pleit om dit voorbeeld te volgen" Bijblad, bladz. 788.

(Gely'k gevoelen uit van Bosse, Memorie van Toelichting tot zün wetsvoorstel van 6 November 1871, bladz. 6, § 5, en ook van de Putte in de Eerste Kamer, 25 November 1873, bladz. 63, die verschoonend spreekt over de fouten dier Maatschappü);

2° „de Britsche Regering heeft in Indië reeds geheel afgezien van het uitgeven van concessiën" (stelsel van concessie met rentegarantie door den Staat), bladz. 786.

De wet van 6 April 1875 (no. 61) was het gevolg.

Het publiek en de concessievragers waren van oordeel dat het stelsel van Staatsaanleg voor Java voor goed was aangenomen.

Nog te meer nu men in de Memorie van Beantwoording Indische begrooting voor 1876 las:

„De regel moet, ingevolge de Wet van 6 April 1875, voortaan zyn dat in de behoefte aan spoorwegen op Java van staatswege wordt voorzien. Met het voor toepassing in Indië weinig vatbare stelsel van concessiën met rentegarantie is door'die wet gebroken."

En toen Minister Mees in de Memoriën van Toelichting en Beantwoording tot de begrooting Nederlandsch-Indië voor 1877 nog tegen dit denkbeeld scheen te reageren, heeft de ondergeteekende in de zitting van 28 October 1876 daartegen protest aangeteekend, met uitdrukkely'ke tekennengeving, „dat de wetgevende magt wel bevoegd was een ander stelsel te volgen, maar dat men, zonder nieuwe uitspraak van de wetgevende magt, alléén bewerkt dat de Nederlandsch- Indische SpoorwegmaatschapPÜ het terrein alléén houdt." Zie Bijblad, bladz. 271.

Hoe is het mogelyk dat de Regering nu op eens een ander stelsel gaat volgen?

Waarom moet het dan nu juist anders zyn dan de na zooveel strijds tusschen Vertegenwoordiging en Regering verkregene overeenstemming aanwüst.

Ja, hoe kan de Regering nu voorstaan wat men, blükens de vooropgestelde beginselen van Minister van Goltstein, juist wilde vermüden?

Er waren in de Vertegenwoordiging, die met de lün Soerabay'aPasoeroean-Malang weinig ingenomen waren, maar die toestemden om het beginsel eindelijk eens uitgemaakt te krygen.

Sluiten