Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe kan men in Indië een dubbel stelsel volgen, waarvan men elders en ook in ons vaderland, vooral in Britsch-Indië, het nadeel ondervindt, dat daardoor het voordeelige wordt geconcedeerd en het nadeelige behouden?

Hoe kan de Regering in den aankoop van de lijn Batavia-Buitenzorg en hier en daar in de stukken Staatsaanleg en exploitatie noodig en aangewezen erkennende, die aannemen voor het begin en het uiteinde der lh'n Batavia-Pasoeroean, cn voor het middengedeelte TjilatjapMadioen particulieren aanleg en exploitatie?

En, al was de wet van 6 April 1875, no. 61, niet de triumf van Staatsaanleg, zoo als men meende, maar een eenvoudige proef, is dan die proef, wat spoed, wat soliditeit, wat goedkoopte van werken aangaat, niet zoo uitstekend uitgevallen, dat afwijking ondenkbaar schijnt?

(Zie over den uitstekenden uitslag D. (van) Maarschalk, Koloniaal Verslag 1877, bijl. BB, no. 9, blz. 5, kol. 2, onderaan, die aldaar betoogt dat de Staat spoediger aanlegt; Minister Mees, Memorie van Toelichting Indische begrooting, blz. 30 onderaan en 31 bovenaan; zie ook over de mogelijkheid en het afdoende van spoorwegen door Staatsaanleg, van Bosse, Ontwerp 6 November 1871, Memorie van Beantwoording, blz. I en hier en daar).

En ook, zelfs aannemende Staatsaanleg en exploitatie als regel, hoe kan de Regering dan exceptiën toelaten van 203 en 350 kilometer?

Waar blijft dan de regel (vergel. Memorie van Toelichting, blz. 10) ?

En, wanneer al de Regering het concessiestelsel met waarborg — onder welken vorm ook — en met meer of minder gebreken dan het Engelsche in Britsch Indië, wil volgen, waarom dan niet publieke concurrentie ?

Waarom niet gevraagd — zoo als Napoleon III voor de Vendée deed — wie met de minste garantie de baan wilde leggen?

Waarom integendeel met beleid het terrein als het ware voor de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij opengehouden?

Toch niet om de antecedenten.

Toch niet, omdat er (zie Koloniaal Verslag 1876, blz. 135) steeds gewigtige bezwaren bestaan bij de Regering tegen de goedkeuring van de lijn Samarang-Vorstenlanden.

Was het dan ook voor de toekomst niet beter ook in de exploitatie concurrerende maatschappijen te hebben?

Ondervindt men daarvan niet in 't vaderland en overal elders het voordeel?

En wanneer de Regering noch Staatsaanleg noch concurrentie in dezen wil, dan nog geven deze wetsontwerpen aanleiding tot de volgende vragen:

lo. Hoe kan de Regering concessie met garantie verleenen voor eene lijn die niet is opgenomen, zoo als de president-commissaris der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij zelf heeft erkend?

Sluiten