Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage VI.

Brief van den heer L. van Woudrichem van Vliet, gedateerd Den Haag, 21 Januari 1878.

Aan Zijne Excellentie de Heere Minister van Staat, Minister van Koloniën.

In het Voorloopig Verslag van de Tweede Kamer der Staten-Generaal betreffende het wets-ontwerp „ter bekrachtiging van eenige artikels „van vier met de Ned.-Ind. Spoorwegmaatschappij gesloten overeenkomsten", wordt onder 3, bl. 6, gelezen, dat de Kamer aangaande alle aanvragen en alle aanbiedingen, die door particulieren met betrekking tot den aanleg van spoorwegen op Java gedaan zijn en van de daarop gegeven beschikkingen, zoo volledig mogelijk door de Regering wenscht te worden ingelicht, ten einde die te kunnen vergelijken met gesloten overeenkomsten en zich omtrent de voor- en nadeelen van deze, hare meerdere of minder aannemelijkheid, een beter oordeel te kunnen vormen en de vraag te beslissen of de aanhangige voordragt „wel het best bereikbare geeft".

Naar aanleiding daarvan geef ik mij de eer onder Uwer Excellentie's aandacht te brengen dat bij mij geen bezwaar bestaat tegen volledige mededeeling aan de Kamer van alle bescheiden en bijzonderheden betreffende aanvragen en aanbiedingen sedert Dec. '74 van mij uitgegaan.

Voor zoover bij Uwe Excellentie welligt twijfel mogt rijzen of die aanvragen en aanbiedingen thans nog zouden worden gestand gedaan, haast ik mij, ter wegneming van alle onzekerheid dienaangaande, ter harer kennis te brengen, — gelijk ik de eer heb te doen bü deze, — dat ik die in hoofdzaak handhaaf en, uit aanmerking van den stand waarin deze aangelegenheid thans schü'nt te verkeeren, daaraan de uitbreiding geef, opgenomen in bü'lage A. — Worden de voorwaaarden van onderhandeling, daarin aangegeven, door de Regering als basis van eventueele onderhandeling aangenomen, dan zal eene combinatie van kapitaal en van soliede personen, ten genoege van de Regering, worden bereid gevonden om concessie voor den bouw en de exploitatie van spoorwegen op Java te aanvaarden. Wanneer ik op dit oogenblik nog geen vrijheid gevoel Uwe Excellentie de namen en qualiteiten dier gegadigden hier te vermelden zoo gelieve U. E. daarvoor geen andere aanleiding te zien dan het wedervaren, aan zoo velen met betrekking tot concessie-aanvragen te beurt gevallen.

Sluiten