Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Toelichting.

Gedr. stuk 1877-78. II. 131 No. 3.

Bij de toelichting van de nadere wijzingen in het ontwerp der begrooting voor Nederlandsch-Indië voor 1878 (gedrukte stukken, zitting 1877-1878 4 No. 68), gaf de ondergeteekende te kennen dat het zn'n voornemen was de voorstellen tot den aanleg van nieuwe spoorwegen op Java en tot aanwijzing van de middelen, waardóór de kosten van dien aanleg zullen zijn te dekken, zoo spoedig mogelijk in een afzonderink wetsontwerp op te nemen.

Aan die toezegging wordt gevolg gegeven door de aanbieding van nevensgaand ontwerp van wet tot verhooging van de vastgestelde begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië voor het loopende jaar.

Deze voordragt is beperkt tot die onderwerpen welke dringend voorziening vereischen. Er is derhalve afgezien van het oorspronkelijk voor nemen om bij deze gelegenheid weder ter sprake te brengen de regeling der tractementen der leden van het Hooggeregtshof en der advocaten-generaal bü dat collegie, alsmede de invoering van nieuwe bepalingen omtrent de overdragt van roerende goederen en het hypotheekwezen. Die maatregelen zijn niet urgent, en de ondergeteekende behoudt zich voor daarop terug te komen bij de indiening van de Indische begrooting voor 1879.

De voordragt bepaalt zich dus tot vier onderwerpen:

I den aanleg en de voorbereiding der exploitatie van de beide ontworpen spoorwegen Buitenzorg-Bandoeng-Tjitjalengka en Madioen-Blitar-Sidhoardjo.

II. de uitgaven benoodigd voor de voorbereiding van de invoering met 1879 van eene personele belasting en patentregt;

III. de herziening van de raming van den post „kosten van de bezetting van Atjeh"; en

IV. de aanwijzing van de middelen tot dekking van de voorgedragen verhoogirfg van uitgaven.

I Na al hetgeen over de nieuwe spoorwegen in West- en Oost-Java is medegedeeld bij de toelichting der begrootingsontwerpen van zhn

Sluiten