Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den aanleg van spoorwegen op Java in 't vervolg langs denzelfden weg — dat is door het besteden van toekomstige Indische saldo's — en dus door het niet uitkeeren der saldo's als bijdragen te bestrijden. Zoo de bestrijding op die wijze ten gevolge der omstandigheden, bleek niet mogelijk te zijn, zou tot geldleening de toevlugt worden genomen. In den gedachtengang des Ministers van Koloniën is dus niet enkel de Indische bijdrage tot de geldmiddelen van het moederland over 1877 vervallen, maar wordt van de onderstelling uitgegaan, dat aan zoodanige bijdrage ook over de onmiddellijk volgende jaren niet wel te denken valt. Nu ontving de Kamer echter op denzelfden dag, dat het thans behandeld wetsontwerp inkwam (den llden Maart) twee andere gewigtige Regeringsvobrdragten: die tot het sluiten eener geldleening ten laste van den Staat en die omtrent werken ten behoeve der binnenlandsche scheepvaart. In de Memorie van Toelichting van de eerste dier voordragten gaat de Minister van Finantien niet verder dan te gewagen van „onzekerheid" omtrent hetgeen voor 1877 en volgende jaren aan Indische bijdragen uitgekeerd zal kunnen worden (bladz. 4). Meer bepaald zegt hn' van de bijdrage voor 1877, dat de „Regering" het uitzigt op eenige uitkeering wegens die bijdrage niet hopeloos acht en het dan ook niet als zoodanig zou willen voorstellen, maar dat daarop niet te rekenen valt (bladz. 5). In de Memorie van Toelichting van de wet omtrent werken ten behoeve der binnenlandsche scheepvaart, door den Minister van Waterstaat en van Finantien onderteekend, leest men op bladz. 3: ,K,Op geldelijk bezwaar behoeft deze uitgaaf (van 30 millioen over zes jaren te verdeelen) voor de eerstvolgende jaren, naar het voorkomt, niet af te stuiten.... Zelfs indien niet naast de opbrengst der gewone middelen, in volgende jaren op terugkeer eener min of meer aanzienlijke bijdrage uit de Indische geldmiddelen ten behoeve van het moederland zou kunnen worden gerekend, kan voor deze uitgave het geld op andere wijze gevonden worden." Ook in deze gezegden straalt het geloof door aan de mogelijkheid van het uitkeeren van Indische bijdragen gedurende de eerstvolgende jaren. Maar hoe kon dat geloof bh' twee der Ministers blijven post vatten op hetzelfde oogenblik, dat hun ambtgenoot van Koloniën die bijdragen of saldo's voor de spoorwegen op Java al in beslag neemt? Hoe kan vooral het uitkeeren der bijdrage voor 1877 als niet geheel hopeloos beschouwd worden, gelijktijdig met de aanbieding van een voorstel om die bijdrage vervallen te verklaren?

§ 2. Ook naar aanleiding van het voorafgaande werd door verscheidene leden beweerd, dat het tegenwoordig wetsontwerp, althans voor zoover daarbh' sprake is van het niet uitkeeren der Indische bijdragen en van het aanleggen van nieuwe spoorweglh'nen op Java, niet op zich zelf kon worden beschouwd, maar te geluk met de beide, reeds aangeduide wetsvoordragten, die evenzeer onze geldmiddelen in 't algemeen raken, moest

Sluiten