Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3. Aangenomen, dat in de behoefte aan meer spoorwegen op Java zonder verwijl moet worden voorzien, was het de vraag op welke wijze die voorziening moet plaats hebben, door Staatsaanleg of door middel van het verleenen van concessie met rentegarantie.

Verscheidene leden konden niet nalaten aan te merken, dat de overtuiging van den tegenwoordigen Minister van Koloniën omtrent dit punt meer dan eens schn'nt gewijzigd te zijn. Bij zijne optreding scheen hn" geneigd het concessiestelsel zooveel mogelijk te willen handhaven. Zijne toelichting van de nadere Nota's van wijziging in de Indische begrooting voor 1878 hield met opzigt tot het wetsontwerp tot bekrachtiging der nieuwe overeenkomst met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij de uitdrukkelijke verklaring in, dat „spoedige behandeling van dit ontwerp noodzakelijk was". Uit dit gezegde kon niets anders worden opgemaakt, dan dat hn', wat die overeenkomsten betreft, de zienswijze van zijnen voorganger omhelsde en dus het concessie-stelsel bleef aanhangen. Ware dit niet het geval geweest dan had hn' dit toen reeds openlijk moeten verklaren. Het laat zich immers niet onderstellen, dat de Kamer door de Regering tot onderzoek van eenig voorstel zou kunnen worden genoopt met het doel, dat daaruit de verwerping van dat voorstel zou voortvloeien. Het onderzoek der overeenkomsten heeft dan ook in de afdeelingen der Kamer plaats gehad. Een ongunstig verslag is daarover uitgebragt, en nu heeft de Minister, zonder de daarbij gemaakte bedenkingen te beantwoorden, bij zijne Memorie van Antwoord omtrent de bekrachtiging der overeenkomsten te kennen gegeven, dat die bekrachtiging niet wenschelijk is, en dat de Regering het om verschillende redenen niet raadzaam acht om thans eene uitbreiding te geven aan het stelsel van concessiën met rentegarantie. (Gedrukte stukken 1877-1878, 28, No. 2). Evenzoo zegt hij in de Memorie van Toelichting tot het tegenwoordig wetsontwerp (bladz. 2) dat ten aanzien van de concessie voor de lijnen Solo-Madioen en Djokjo-Magelang-Tjilatjap op dit oogenblik geene voorziening is voor te dragen; want, voegt hij er bü, de Regering is van oordeel, dat voor den aanleg van spoorwegen op Java de voorkeur moet gegeven worden aan aanleg door den Staat. De Minister is dus geheel van stelsel veranderd. Maar. nu rijst de dubbele vraag: waarom is geene voorziening voor de te concessioneren lünen voor te dragen? En wat heeft aanleiding gegeven tot de aangeduide verandering van stelsel? Indien toch niet meer aan concessie moet worden gedacht, schünt wel degelük voorziening omtrent de bedoelde te concessioneren lünen of omtrent andere van dergelyke rigting waaromtrent thans niets wordt voorgesteld, noodig. Men kan toch niet onderstellen, dat, naar 's Ministers denkbeeld, door hetgeen volgens het tegenwoordig wetsontwerp tot stand zou worden gebragt, in de dringende behoefte van Indie aan spoorwegen genoegzaam zou worden voorzien. Daarvoor is dat voorstel te beperkt. Of zou uitbreiding van dat voorstel te verwachten zün,

Sluiten