Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijn sterk toeneemt, maar dit zü'n voorzieningen die ook zouden moeten genomen zü'n bü groote toeneming van het vervoer ten gevolge van andere omstandigheden, en die behooren tot de gewone zorg der exploiterende maatschappü voor hare eigene belangen. Van den weg, onder- en bovenbouw, zullen tengevolge van de verlenging der lü'n geen diensten zü'n te vorderen waarvoor hü niet volkomen berekend is.

Blü'kens het Voorloopig Verslag waren enkele leden der Kamer niet ingenomen met de rigting, welke de Regering, in overeenstemming met de eenparige adviezen der Indische autoriteiten, aan de spoorwegverbinding met de Preanger regentschappen wil geven. Boven eene van Buitenzorg uitgaande lün — zoo beweert men — moet de voorkeur gegeven worden aan eene lü'n die van Pondok Tjina (halverwege tusschen Batavia en Buitenzorg) over Tjibaroesa en door het dal van de Tjibehet gaat; maar beter nog dan deze lün wordt geacht eene lü'n die van de haven van Tandjong Priok gerigt wordt op Tjibaroesa en van daar door het dal van de Tjibehet. Hoe zal de ondergeteekende deze beweringen beter kunnen beantwoorden dan reeds geschied is in de afdeelingen der Kamer zelve, door de verwü'zing naar het meermalen genoemde stuk No. 17, behoorende bij de Indische begrootingsontwerpen voor 1878? Wie dat stuk — de toelichting van de ingediende avant-projets voor de Preangerlü'n — met aandacht gelezen heeft en niet overtuigd is geworden van de noodzakelijkheid om de van Buitenzorg uitgaande rigting en geene andere te kiezen, zal bezwaarlü'k door eenige redenering tot die rigting bekeerd kunnen worden. Men vraagt thans eenige inlichtingen? Men zal toch niet willen betoogen dat van de spoorwegtracé's, die tusschen twee eindpunten kunnen worden uitgedacht, datgene per se de voorkeur verdient hetwelk het kortste is en het minst rü'st en daalt. Immers, behalve op den afstand tusschen de eindpunten en op de hellingen van den weg, heeft men nog op zoovele andere zaken te letten. Hoe is de gesteldheid van de streek, waardoor een spoorweg getraceerd wordt, met betrekking tot de digtheid der bevolking en de productie van den grond; tot de nijverheid en de kansen op de ontwikkeling der ny verheid; tot de gelegenheid om werkvolk en materialen voor den spoorwegbouw te verkrügen? Welken invloed zal de gesteldheid van de streek met betrekking tot deze en andere in aanmerking komende punten hebben op de kosten van aanleg, en op de opbrengsten der exploitatie? Wat is beter:, tusschen twee eindpunten het kortste tracé te kiezen en dan zy takken aan te leggen naar plaatsen welke men in geen geval van de spoorwegverbinding mag uitsluiten, of wel het tracé wat langer te maken en de bedoelde plaatsen daarin op te nemen, zoodat de zijtakken kunnen vermeden worden? Ziedaar vragen van overwegend belang, die alle bü de keuze van een tracé voor eene spoorwegverbinding met de Preanger regentschappen te pas komen, die alle met de grootste naauwgezetheid zün onderzocht door het personeel met de opnemingen in de Preanger regentschappen belast, en die alle volledig

Sluiten