Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niaal Verslag aangehaald om aan te toonen dat de van Buitenzorg uitgaande lijn veel grootere terreinbezwaren ontmoet dan de lijn door het dal der Tjibehet. Maar zn' vergeten, dat de aangehaalde woorden nagenoeg onveranderd zouden gebezigd zijn wanneer in het Koloniaal Verslag eene beschrijving ware gegeven van de ljjn Pondok Tjina—Tjitjalengka Ook deze is „voor verreweg het grootste gedeelte een bergspoorweg". In plaats van de tunnel van 750 meters in het tracé Buitenzorg-Tjisokkan, komen, in het tracé Pondok Tjina-Tjisokkan, zeven tunnels, te zamen lang 743 meters, en de kosten van die zeven tunnels znn begroot op eene hoogere som dan die van de ééne tunnel van 750 meters. De in het Koloniaal Verslag genoemde tunnel van 407 meters, en de brug over de Tjitaroem vallen in het gedeelte Tjisokkan-Bandong, dat aan de beide spoorwegtracés gemeen is. Met welk regt dus wijst men daarop in een betoog dat dienen moet om de voordeelen der rigting door het dal* der Tjibehet en de nadeelen der van Buitenzorg uitgaande rigting in het licht te stellen?

Na al hetgeen hierboven is aangevoerd, zal de ondergeteekende weinig behoeven te zeggen naar aanleiding van het door eenige leden uitgesproken gevoelen, „dat het alleszins in aanmerking kwam, althans bh' voorbaat, den aanleg van de lijn Buitenzorg-Preanger regentschappen geheel ter zijde te stellen". Immers het voor dit gevoelen aangevoerde motief, dat de zaak nog niet rijp voor beslissing te achten is, werd reeds uitvoerig wederlegd. En ook is reeds aangetoond dat finantiele overwegingen de vertraging van den aanleg der voor Java zoo dringend noodige spoorwegen niet zouden kunnen regtvaardigen. Maar misschien is het niet geheel overbodig er nog de aandacht op te vestigen, dat door het uitstellen van den aanleg der Preanger lijn — want aan afstal zal wel niemand denken — een groot deel van het nu verrigte werk weder nutteloos zou worden gemaakt, zoodat het met aanzienlijke kosten voor de tweede maal zoude moeten worden gedaan. De opnemingen zijn verrigt met de op een votum der wetgevende magt gegronde verwachting dat zij onmiddellijk door den aanleg der lijn gevolgd zouden worden. De weg is, voor zoover mogelijk, zorgvuldig afgebakend; de definitive ontwerpen zijn bewerkt; het personeel, dat al dezen arbeid h'eeft verrigt, wacht slecht op de beslissing van de wetgevende magt, om den spoorwegbouw met kracht aan te vatten. Worden de gelden voor dien spoorwegbouw thans geweigerd, men zal hét personeel moeten ontbinden of verplaatsen; de bakens zullen verloren gaan; en later zal men met onbedreven personeel en met veel moeite en kosten moeten herwinnen wat thans reeds gewonnen was.

§ 5. De spoorweglyjn Madioen-Blitar-Sidhoardjo. De ondergeteekende moet de juistheid betwisten van de stelling, die in het Voorloopig Vérslag ten grondslag is gelegd aan het betoog dat de aanleg van een spoorweg door de residentie Bagelen méér urgent is te achten dan de aanleg eener lijn die de residentien Madioen en Kediri met Soerabajja verbindt. De bestaande communicatie-middelen zijn in Bagelen niet slech-

Sluiten