Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter, maar integendeel beter dan in Madioen en Kediri. Dit is reeds af te leiden uit de omstandigheid, dat (zoo als uit de Koloniale Verslagen blijken kan) aan de transport-aannemer moet betaald worden; voor het vervoer van koffij in de residentie Bagelen nog geen 3 centen per pikol en per paal, en daarentegen voor het vervoer van Kediri naar Soerabaija 12i/2 cent per pikol en per paal. Welligt heeft men het oog. gehad op de groote rivieren die Madioen en Kediri met Soerabaya verbinden; maar het is toch genoeg bekend dat deze als communicatie-middelen zeer veel te Wenschen overlaten, zelfs reeds voor den afvoer en dus te meer voor den opvoer. Het zou dan ook waarschijnlijk meer moeite kosten in deze gewesten een dreigenden hongersnood door tijdigen aanvoer van levensmiddelen af te wenden dan in Bagelen. (Overigens zij hier in 't voorbijgaan opgemerkt dat Bagelen in 1875 niet door hongersnood „geteisterd" is; zóó ver is het gelukkig niet gekomen).

Waarom men „uit een finantieel oogpunt" eerder een spoorweg door de Bagelen, dan door Madioen en Kediri zou moeten aanleggen, is raadselachtig. De kosten van aanleg zyn voor beide lynen ongeveer geljjk; maar van eene lijn door de Bagelen zal men lang niet zulke hooge opbrengsten kunnen verwachten als van eene lyn naar Madioen en Blitar, wier nettoinkomsten zyn berekend op 6,2 percent van het aanleg-kapitaal in het eerste jaar der exploitatie en op 9,28 percent in het vijfde jaar.

De aanleg van een spoorweg van Tjilatjap, door de Bagelen, naar Djokjokarta, is voorzeker noodzakelijk, en de Regering zal niet in gebreke bly'ven daartoe voorstellen te doen; wat echter niet geschieden kan zoolang de contracten met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij van 13 Juny 1877 voor den Staat nog verbindend zyn. Maar de aanleg der lyn Sidhoardjo-Madioen-Blitar is niet minder noodzakelijk, veeleer nog meer urgent, en het spreekt van zelf dat de Regering daaraan den voorrang toekent, omdat dit werk geheel is voorbereid en dadelijk begonnen kan worden met het technisch personeel, het materieel, en voor een deel misschien zelfs met de aan het werk gewoon geraakte arbeiders, by de lyn Soerabaya-Pasoeroean dienst gedaan hebbende doch daar niet langer benoodigd.

De in het Voorloopig Verslag opgenomen vragen naar de kosten van zekere gedeelten der ontworpen spoorwegverbinding heeten in verband te ^taan „met hetgeen reeds vroeger daarover is gezegd". De ondergeteekende weet niet op welke beschouwingen in het Verslag deze laatste woorden kunnen doelen, en het oogmerk der gestelde vragen is hem dan ook duister gebleven, te meer omdat ze met voldoende naauwkeurigheid te beantwoorden waren uit het aangehaalde stuk No. 18, behoorende by de Indische begrootingsontwerpen voor 1878. Voor de verschillende deelen der lyn Sidhoardjo-Madioen-Blitar toch kunnen de aanlegkosten niet veel uiteenloopen, want de terreinsgesteldheid is overal vry gelijk. Verdeelt

men dus het aanlegkapitaal voor de geheele — 235 kilometers lange

11

Sluiten