Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage X.

Ontwerp van Wet tot aanleg van eene spoorweg van Madioen naar Solo.

Gedr. stuk 1879-1880. II. 100 No. 2.

Wij Willem III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelnk is voor rekening van den-Staat een spoorweg aan te leggen tusschen de hoofdplaatsen Madioen en Soerakarta, ter verbinding van de in aanleg zijnde en de bestaande spoorwegen in Oost- en Midden-Java en dat de gelegenheid behoort te worden geopend om met den bouw van dien spoorweg een aanvang te maken in 1880;

Zoo is het, dat W«, den Raad van State gehoord en niet gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, geluk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Eenig artikel.

Ten behoeve van den aanleg, voor rekening van den Staat, van een spoorweg ter verbinding van de hoofdplaatsen Madioen en Soerakarta,

W°adtin het 1ste hoofdstuk der begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië voor het dienstjaar 1880, betreffende de uitgaven in Nederland, de onderafdeeling 38 „Spoorwegen" verhoogd met f 130.000_ (honderd dertig duizend gulden) en alzoo gebragt op ƒ 2.641.800^mülioen zes honderd een en veertig duizend acht ho^frdJ^'

b. in het Ilde hoofdstuk dier begrooting, betreffende de uitgaven in Nederlandsch-Indië, de onderafdeeling 81:

„Aanleg en uttrusting van Staatsspoorwegen", verhoogd met f 560^000 (viif honderd zestig duizend gulden) en alzoo gebragt op ƒ 6.293.4uu.— [zesnüZen twee honderd drie en negentig duizend vier honderd gulden).

Het eindcijfer van het 1ste hoofdstuk wordt alzoo «ader vastgesteld op ƒ 25184.076 (vijf en twintig miUioen honderd vier en tachtig dm-

Sluiten