Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XI.

Voorloopig Verslag van de Commissie van Rapporteurs in zake het Wetsontwerp tot aanleg van een spoorweg van Madioen naar Solo.

Gedr. stuk 1879-1880. II. 100. No. 4.

Het wetsontwerp tot verhooging der Indische begrooting voor 1880 ten behoève van een spoorweg tusschen Madioen en Soerakarta heeft bh' het onderzoek in de afdeelingen der Kamer tot de volgende bedenkingen aanleiding gegeven.

§ 1. Enkele leden zagen er, met het oog op den tegenwoordigen toestand der Indische geldmiddelen, bezwaar in, om het op de laatst vastgestelde Indische begrooting voor spoorwegen uitgetrokken bedrag nu reeds weder te verhoogen. Die begrooting, zeiden zij, sluit met een niet onaanzienlijk tekort, hetwelk, als het tegenwoordig wetsontwerp tot stand kwam, nog weder met omstreeks zeven tonnen gouds zou toenemen. Geen ander middel tot dekking van dit tekort wordt voorgedragen dan het middel van leening, waardoor volgende begrootingen met posten voor rentebetaling en amortisatie zullen worden bezwaard. Zoolang de verhouding tusschen de Nederlandsche en Indische gelmiddelen niet is geregeld en de geldmiddelen van het moederland niet op voldoende voet zh'n gebragt, was het raadzaam zich althans van het ondernemen van geheel nieuwe openbare werken te onthouden. Ook de moeijelh'kheid, die men in Indië met opzigt tot het heffen van nieuwe belastingen ondervindt, moet tot behoedzaamheid in het toestaan van verhoogde uitgaven, die toch niet geheel onvermijdelijk te achten zijn, nopen.

De meerderheid deelde niet in dit bezwaar. Wel bestaat er op de loopende Indische begrooting, zoo als zij in November des vorigen jaars is vastgesteld, een tekort van 2 a 3 millioen, maar als men van het totaal bedrag der geraamde uitgaven, die voor de havenwerken te Batavia en voor de Indische spoorwegen aftrekt, levert de bedoelde begrooting een overschot op de gewone middelen op van ruim 8 millioen. Voor het tot stand brengen van zulke nuttige openbare werken als deze, die tot verhooging der algemeene welvaart strekken en dus de gevolgen ook gunstig op de bronnen van Staatsinkomsten terugwerken, worden in alle andere landen leeningen aangegaan. Er bestaat geen afdoende reden, waarom Nederland voor het gebruik van dat middel tot bestrijding van buitengewone uitgaven, ook wat zijne overzeesche bezittingen betreft, zou moeten te-

Sluiten