Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gezegd om m het licht te stellen waarom in de gegeven omstandigheden aan deze lyn de prioriteit moet gegeven worden, al erkent men volmondig dat ook de aanleg van andere lynen hoogst wenschelyk zou zyn.

§ 5. Het eenig artikel van het wetsontwerp zegt dat „ten behoeve van den aanleg van een spoorweg ter verbinding van de hoofdplaatsen Madioen en Soerakarta" de beide hoofdstukken der Indische begrooting eene verhooging ondergaan. Het is dus niet duidelijk hoe beweerd kan worden dat uit het eenig artikel „volstrekt niet blykt dat de verhooging der Indische begrooting bestemd is voor den aanleg van den spoorweg Madioen-Soerakarta". Evenmin is het duidelyk hoe men een verschil heeft kunnen zien tusschen den vorm van het thans voorgedragen wetsontwerp en dien van de wet van 6 Juny 1878 (Staatsblad No. 93), want beide zyn geheel op dezelfde leest geschoeid.

Van de toevoeging eener nieuwe onderafdeeling aan elk hoofdstuk der Indische begrooting ten behoeve van den aanleg der lyn MadioenSoerakarta kon by' deze wetsvoordragt, zoo als trouwens ook van de zyde der Kamer is ingezien, reeds daarom geen sprake zijn, dewijl het stelsel der begrooting is om de uitgaven voor den aanleg van alle Staatsspoorwegen in eene onderafdeeling te brengen. Eene wy'ziging van dat stelsel zou uit den aard der zaak alleen by' de behandeling eener volgende begrooting aan de orde kunnen worden gesteld, en het zou geen nut hebben over de wenschelijkheid of onraadzaamheid daarvan thans van gedachten te wisselen. Maar al waren op de bestaande begrooting de verschillende spoorwegen (Soerabaya-Pasoeroean-Malang, Sidhoardjo-Blitar en Buitenzorg-Tjitjalengka) ieder in eene afzonderlijke onderafdeeling behandeld, dan zou toch voor de ly'n Madioen-Soerakarta geen nieuwe onderafdeeling voorgesteld kunnen zyn, want deze 'lyn moet administratief één geheel kunnen uitmaken met de lh'n Sidhoardjo-Madioen-Blitar.

De Minister van Koloniën,

W. VAN GOLTSTEIN.

Sluiten