Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2.

Volgens Artikel 63 der concessie, wordt deze na 99 jaren verlengd of door den Staat tegen taxatie overgenomen.

Nu wordt voorgesteld de concessie over te doen zonder betaling d.i. de verkoop, welke volgens artikel 63 alleen kan plaats hebben voor contant geld of een daaraan geëvenredigde perpetuele annuiteit, zal nu . plaats hebben tegen eene annuiteit die in ongeveer 90 jaren afloopt.

Art. 3.

Hoe de vy'f millioen die de Maatschappij ontvangt ten meesten bate van de Aandeelhouders kan worden gebruikt, hangt van teveel omstandigheden af om te bepalen.

Voor de berekening hebben wy aangenomen dat er een gelijk bedrag aan obligatiën der leening van 1869 mede zal worden afgelost. Daardoor zouden de jaarlyksche uitgaven verminderen met de annuiteit van dit deel der leening.

Die annuiteit is nu voor 5 millioen ƒ 322.982.— of evenveel als de bedongen huur.

Bij den overgang tegen 5 millioen zal derhalve evenveel in uitgaven bespaard worden als by verhuur ontvangen wordt.

Dit is echter niet voldoende, want ook de vier millioen, het kapitaal van Batavia-Buitenzorg uitmakende, moet worden afgelost. De daartoe benoodigde gelden zullen gevonden moeten worden uit de minder snelle aflossing van de schuld aan den Staat, door de wijziging van Artikel 90 der Concessie Samarang-Vorstenlanden voortkomende.

De kennisgave, drie maanden vooruit, meet dienen, om ons in staat te stellen, zoodanige maatregelen te nemen, dat het ontvangen geld niet nutteloos in kas blyve.

Art. 4.

Het is de bedoeling, dat alles wat tot de lijn Batavia-Buitenzorg behoort overgaat, zoodat het eenige verschil vóór en na de overgave is, dat de verantwoording aan eene andere administratie wordt gedaan.

De weg en het materieel zyn in uitmuntenden staat, alleen de stations zouden naar het gevoelen van de Staatsspoorwegbouwers, verbetering eischen. De voornaamsten vallen daar echter buiten.

Buitenzorg wordt — Batavia zal moeten worden verbeterd voor rekening van den Staat, ook zonder verhuur ol verkoop. Laat de verbouwing van de overigen kosten de helft van hetgeen zy oorspronkelijk hebben gekost, stel ƒ 100.000.—, dan zou van de winst van den Staat afgetrokken behooren te worden de rente en aflossing van die uitgave.

Sluiten